Etruskische beugel (700 voor Chr.)'Bestonden er vroeger ook al beugels?', wordt er vaak gevraagd.

Nou en of!

Beugels zijn zelfs al heel oud!

Volgens sommigen werden beugels al in de zevende eeuw voor Christus gebruikt door de Etrusken, een volk dat voor de Romeinen in midden-Italië leefde. Bij opgravingen zijn in totaal twintig gouden Etruskische beugels gevonden. Anderen zijn echter van mening dat dit geen beugels waren om tanden te bewegen, maar dat ze uitsluitend als versiering bedoeld waren.

Bandelette (Fauchard, 1728)

In het algemeen wordt de Romeinse schrijver Celsus dan ook beschouwd als de eerste echte orthodontist. In zijn in het jaar 25 voor Christus geschreven boek De Re Medicina beschrijft hij namelijk hoe tanden door middel van vingerdruk kunnen worden bewogen.

Bandelette (Bourdet, 1757)

De Parijse tandarts Pierre Fauchard, de grondlegger van de huidige tandheelkunde, was waarschijnlijk de eerste die een beschrijving van een beugel publiceerde. Dat deed hij in zijn in 1728 verschenen boek Le Chirurgien Dentiste. Daarin beschrijft Fauchard de 'bandelette', een zilveren of gouden strip waarmee het gebit breder kon worden gemaakt. De strip werd in de vorm van de gebitsboog aan de buitenzijde langs de tanden en kiezen gebogen. Met zijden draadjes werd de strip vervolgens aan de tanden en kiezen bevestigd. Hierdoor kon het gebit breder en rechter gemaakt worden.

Edgewise beugel (Angle, 1928)De beugel van Fauchard kan worden beschouwd als de voorloper van de hedendaagse vastzittende beugel en is in de tweede helft van de achtiende eeuw door talloze anderen verder ontwikkeld. Vanaf het begin van de twintigste eeuw zijn door de Amerikaanse orthodontist Edward H. Angle allerlei kleine slotjes ('brackets') en buisjes ontwikkeld, die op metalen ringetjes ('banden') werden gesoldeerd. De ringetjes werden om de tanden en kiezen vastgezet. Met deze beugel heeft de orthodontist driedimensionale controle over de bewegingen van de gebitselementen en kan hij tanden en kiezen door middel van dunne draden ('bogen') in iedere Blokbeugel (Kingsley, 1879)gewenste oriëntatie en richting verplaatsen. Angle wordt vaak 'de vader van de moderne orthodontie' genoemd. Hij introduceerde zijn zogenaamde 'edgewise' vaste beugel in 1928.

Halverwege de jaren tachtig van de vorige eeuw worden de zogenaamde ‘superelastische’ nikkel-titaniumdraden in de orthodontie geïntroduceerd. Deze draden leveren langdurige, kleine krachten van een constante grootte. Tegenwoordig zijn er zelfs draden die pas bij lichaamstemperatuur actief worden. De slotjes zijn later eveneens steeds verder geperfectioneerd. Vanaf 1964 worden slotjes steeds vaker met speciale lijm ('composiet') zonder ringetjes direct op de tanden en kiezen vastgeplakt.

Buitenbeugel (Kingsley, 1866)Uitneembare en buitenbeugels bestaan trouwens ook al heel lang. Zo is de voorloper van de huidige blokbeugel ('activator') al in 1879 door de Amerikaan Norman Kingsley beschreven. Destijds waren uitneembare beugels nog van zilver. Vanaf het begin van de twintigste eeuw worden uitneembare beugels meer en meer in rubber uitgevoerd. Sinds 1940 worden uitneembare beugels steeds vaker van kunsthars (een soort plastic) gemaakt.

Kingsley beschreef in 1866 ook als eerste de buitenbeugel met een petje op het hoofd. De buitenbeugel in de nek werd door de Amerikaanse orthodontist Kloehn in 1947 voor het eerst gepresenteerd.

Begg beugel (Begg-1950)

Beugels bestaan dus al heel lang. Orthodontie is in Amerika al vanaf 1900 een officieel specialisme. In ons land kwam orthodontie veel later in beeld. Pas in 1953 werd orthodontie in Nederland als specialisme erkend. Destijds werden er in Nederland vrijwel uitsluitend uitneembare beugels gebruikt. Vastzittende beugels ('plaatjesbeugels') werden begin jaren 1960 door de Nederlandse orthodontist C. (Kees) Booy (1921-2013) in ons land geïntroduceerd. Hij gebruikte vastzittende apparatuur die door de Australische orthodontist P. Raymond Begg op basis van slotjes van Angle was ontwikkeld. Deze in 1950 geïntroduceerde techniek was destijds erg populair. Ongeveer de helft van de Amerikaanse orthodontisten maakte er in de 60-er jaren van de vorige eeuw gebruik van. Booy speelde ook een belangrijke rol bij de introductie van de Begg techniek in diverse andere Europese landen. Hij werd later professor in Groningen.

Straight-wire beugel (Andrews, 1972)

In 1972 werden de veelgebruikte door Angle ontwikkelde 'edgewise' slotjes door de Amerikaanse orthodontist Lawrence Andrews veranderd. Hij introduceerde de zgn. 'straight-wire' techniek. Iedere afzonderlijke tand en kies kregen hierbij een eigen slotje. Deze techniek wordt wereldwijd nog steeds het meest toegepast. Er zijn talloze variaties op verschenen. Ook zijn er combinaties van Begg en 'straight-wire' brackets op de markt gebracht.

Open voor meer informatie over de geschiedenis van de orthodontie de PDF van het interessante artikel Tandheelkundige voorwerpen in de twintigste eeuw 4. Op de website van de Nederlandse Vereniging van Orthodontisten (NVvO) staat een beknopt overzicht van de historie van de orthodontie in Nederland.

Klik hier voor een levensbeschrijving van professor Kees Booy, de beroemde Nederlandse hoogleraar orthodontie.