Scroll of gebruik de 'Control-F' toetsencombinatie voor het vinden van termen.

 

Aangehechte gingiva
Deel van het tandvlees dat met vezels aan de wortel van een gebitselement vastgehecht is.

AAO
American Association of Orthodontists (AAO), 's werelds grootste orthodontistenvereniging waar ook veel Nederlandse orthodontisten (buitenlands) lid van zijn.

Abrasie
Afslijting.

Accreditatiepunten
Punten die het aantal aan bij- en nascholing besteedde uren aangeven. Elke orthodontist dient in een periode van vijf jaar minimaal 200 uren aan bij- en nascholing te besteden om als orthodontist in het BIG-register ingeschreven kunnen te blijven.

Acrocefalosyndactylie
Gestoorde ontwikkeling van schedelbeenderen, vingers en tenen, resulterend in een terugliggend middengezicht en vaak samengegroeide vingers en tenen. De erfelijke aandoening wordt ook wel syndroom van Apert genoemd.

Activator
Uitneembare beugel ('blokbeugel') die zowel het onder- als het bovengebit omvat en de onderkaak naar voren houdt. Het is eigenlijk een bovenbeugel die aan een onderbeugel vastzit. De beugel is in 1908 door Viggo Andresen (1870-1950), professor in de orthodontie in Oslo, geïntroduceerd.

Activeren
Het op spanning brengen van een beugel.

Adams anker
Gebogen metalen draad die een kies omvat zodat een uitneembare beugel aan het gebit blijft vastzitten.

Adenoïd
Neusamandel.

Adhesief
Hechtmiddel voor het plakken van een bracket, attachment of spalk.

Afdruk
Negatieve weergave van het gebit voor het maken van een gebitsmodel.

Afdruklepel
Bakje, dat om het onder- of bovengebit past, waarin afdrukmateriaal kan worden gedaan voor het maken van een afdruk.

Agenesie
Het niet aangelegd zijn van een tand of kies.

Alginaat
Veelgebruikt elastisch materiaal voor het maken van afdrukken van het gebit voor een gebitsmodel.

Alignment
Mate waarin tanden en kiezen recht staan.

Aligner
Dun, doorzichtig plastic hoesje waarmee het gebit rechter kan worden gemaakt. Het hoesje past op het boven- en/of ondergebit. Door het hoesje tijdens de behandeling telkens weer te vervangen door een nieuw hoesje dat net iets verschilt van het vorige wordt het gebit geleidelijk steeds rechter gezet.

Allergie
Allergie is een reactie van het immuunsysteem van het lichaam op lichaamsvreemde stoffen. In de orthodontie kan nikkel tijdens een behandeling heel soms een contactallergie veroorzaken, die gekenmerkt wordt door zwelling, overgevoeligheid en roodheid van weke delen die met nikkel bevattende delen van de beugel in contact staan. Ook latex onderdelen van beugels of onderzoekshandschoenen kunnen in uitzonderijke gevallen bij contact met weke delen tot een allergische reactie aanleiding geven.

Alveole, alveolus
Tandkas.

Amalgaan
Legering van kwik en metaal.

Amelogenesis imperfecta
Ontwikkelingsstoornis van het glazuur.

American Journal of Orthodontics and Craniofacial Orthopedics
Amerikaans wetenschappelijk orthodontisch tijdschrift, dat door de American Association of Orthodontists wordt uitgegeven.

Anamnese
De door de patiënt vermelde medische en tandheelkundige voorgeschiedenis.

Anatomische kroon
De met glazuur bedekte kroon van een gebitselement, die tot de glazuur-cementgrens loopt.

ANB
Meetwaarde op een röntgenfoto van het profiel van het gezicht (laterale schedelröntgenfoto) die de onderlinge voor-achterwaartse positie van de onder- en bovenkaak aangeeft.

Andresen
De Deen Viggo Andresen (1870-1950), professor in de orthodontie in Oslo, stimuleert vanaf 1908 de ontwikkeling van de onderkaak en het ondergebit bij groeiende kinderen orthodontisch naar voren met behulp van een beugel, die erg veel lijkt op het monobloc van Robin (zie: Pierre Robin). Andresen noemt de beugel 'activator'. De activator, die in Nederland ook vaak 'blokbeugel' wordt genoemd, is tegenwoordig een van de meest gebruikte beugels in de orthodontie. 

Andrews bracket
Specifieke uitvoering van een straightwire bracket volgens de Amerikaanse orthodontist Lawrence F. Andrews die deze veelgebruikte bracket in 1970 in het vakgebied heeft geïntroduceerd. Nadien hebben diverse andere orthodontisten modificaties van deze bracket geïntroduceerd, zoals Ricketts en Burstone.

Angle
Amerikaanse orthodontist Edward H. Angle (1855-1930) die het meest gebruikte diagnostische classificatiesysteem in de orthodontie (Angle-classificatie) en de hedendaagse vastzittende beugel (plaatjesbeugel) heeft geïntroduceerd. In 1900 startte hij de eerste specialistenopleiding en de eerste vereniging van orthodontisten. Tevens stichtte hij in 1907 het eerste orthodontische tijdschrift. Daarnaast schreef hij een wereldberoemd orthodontisch standaardwerk. Hij wordt beschouwd als de 'vader van de moderne orthodontie'.

Angle Orthodontist
Amerikaans wetenschappelijk orthodontisch tijdschrift, vernoemd naar de Amerikaanse orthodontist Edward H. Angle, de grondlegger van de moderne orthodontie. Het tijdschrift wordt door de The Edward H. Angle Society of Orthodontists (EHASO) uitgegeven.

Angle society
Internationale vereniging van orthodontisten die zich tijdens bijeenkomsten bezig houden met het vergaren, verspreiden en onderling uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van orthodontie. De vereniging is vernoemd naar de Amerikaanse orthodontist E.H. Angle, de grondlegger van de moderne orthodontie.

Angulatie
Asrichting van een gebitselement evenwijdig ten opzichte van de kaakwal.

Anker
Metalen draad waarmee een uitneembare beugel aan het gebit wordt vastgehouden. Wordt ook wel klammer genoemd.

Ankylose
Onbeweeglijkheid van een gebitselement. De term kan ook worden gebruikt voor onbeweeglijkheid van het kaakkopje.

ANT
Associatie Nederlandse Tandartsen, de tweede landelijke beroepsvereniging van tandartsen en tandartsspecialisten.

Antegonial notching
Knik in de onderkaakrand in het gebied vlak voor de kaakhoek.

Anterior component of force
Kracht vector die ervoor zorgt dat de gebitselementen in de tandboog naar voren migreren (mesial drift). De kracht component is het gevolg zijn van naar voren gerichte krachten die door de enigszins voorwaarts gekipte stand van de gebitselementen tijdens kauwen en slikken optreden.

Apertura piriformis
Benige uitwendige neusopening.

Apex
Wortelpunt.

Apicaal abces
Abces aan een wortelpunt van een tand of kies.

Apicale basis
Gedeelte van de kaak waarin de punten van de wortels van de gebitselementen liggen.

Apparatuur
Beugel.

Approximaal
Tussen aanliggende gebitselementen.

Arch Length Discrepancy (ALD)
Te veel of te weinig ruimte in de gebitsboog voor het in de rij kunnen komen van de gebitselementen.

Articulator
Apparaat waarmee kaakbewegingen kunnen worden nagebootst.

Artistic positioning
Kleine verbuigingen in de boog tijdens de eindfase van een behandeling met een vastzittende beugel.

ASSA
Anti-snurk en Slaapapneu Activator (ASSA), een type MRA die in 1990 door de Almelose orthodontist dr. Hayé Remmelink in Nederland is geïntroduceerd.

Attachments
Kleine haakjes, knopjes en oogjes die op banden gelast of op gebitselementen geplakt kunnen worden.

Augmentatie
Vergroting.

Autoclaaf
Een apparaat waarbij tandheelkundige instrumenten door middel van stoom onder druk gesteriliseerd kunnen worden.

Autotransplantatie
Chirurgische verplaatsing van een gebitselement naar een andere plaats in de mond.

Auxiliary
Extra draaddeel of veertje bij vastzittende beugel.

BAMP
Afkorting van 'bone anchored maxillary protraction', een behandelingstechniek met botankers in de onder en bovenkaak.

Band
Metalen ringetje om een kies waarop een buis, bracket of attachment gelast kan worden.

Band pusher
Instrument om band om kies te duwen.

Band removing tang
Tang om band te verwijderen.

Band seater
Instrument om band om kies te duwen.

Bass-methode
Veelgebruikte methode van tandenpoetsen, waarbij de borstelharen schuin ten opzichte van de gebitselementen georiënteerd zijn.

Beetverhoging
Beugel(gedeelte) waarop de kiezen dichtbijten.

Begg
Australische orthodontist P.R. Begg (1898-1983) die een in het verleden veelgebruikt type vastzittende beugel heeft bedacht (Begg beugel of light wire). Er zijn nog steeds enkele orthodontisten die deze techniek toepassen.

Begg beugel
Vastzittende beugel die in 1956 door de Australische orthodontist Begg geïntroduceerd is. Bij deze beugel worden kleine krachten gebruikt en de techniek wordt daarom ook wel light wire genoemd.

Bend
Gebogen knik in boog bij een vastzittende beugel.

Beta-titanium
Orthodontische bogen met een legering van titanium en molybdenum worden vaak tijdens de latere stadia van behandelingen met vastzittende beugels gebruikt. Deze bogen hebben zowel elastische als permanent vervormbare materiaaleigenschappen. Beta-titanium wordt ook wel TMA (Titanium Molybdenum Alloy) genoemd.

Beugel
Hulpmiddel voor het verplaatsen van gebitselementen of (delen van) kaken. In het vakgebied zelf wordt vaak de naam apparaat of apparatuur in plaats van beugel gebruikt.

Bifurcatie
Splitsing van twee wortels van gebitselement.

BIG-register
In het voor iedereen op internet toegankelijke BIG-register staan de gevolgde opleiding en de bevoegdheden van zorgverleners vermeld, waaronder die van tandartsen en tandartsspecialisten. BIG is de afkorting van Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.

Bijlstra
Klaas G. Bijlstra (1905-1985) was een Groningse hoogleraar die een belangrijke rol heeft gespeeld bij de erkenning van de orthodontie als het eerste tandheelkundige specialisme in Nederland in 1953. Naar hem vernoemd is de Professor K.G. Bijlstra Stichting, die wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en voorlichting op het gebied  van de orthodontie ten behoeve van de specialistenopleiding van het UMCG bevordert.

Bij- en nascholing
Voldoende bij- en nascholing is een van de vereisten om als orthodontist in het BIG-register ingeschreven te kunnen blijven. Elke orthodontist dient in een periode van vijf jaar minimaal 200 uren aan bij- en nascholing te besteden. De bij- en nascholing wordt door middel van een systeem van accreditatiepunten bijgehouden.

Bilateraal
Dubbel- of tweezijdig.

Bimler
Uitneembare beugel ontworpen door de Duitse orthodontist professor dr. Hans Peter Bimler. De beugel is een modificatie van de activator.

Binnenbeet
Kleine of grote kies bijt te ver naar binnen ten opzichte van kiezen in de tegenoverliggende gebitsboog.

Biofilm
Biofilm is een samenstelsel van micro-organismen waarbij cellen met elkaar en/of aan een oppervlak verbonden zijn. De cellen produceren een substantie waarin ze leven ('slime'). Tandplague ofwel plaque is een voorbeeld van biofilm. Ook op beugels vormt zich biofilm.

Bionator
Kleine activator naar een ontwerp van de Duitse orthodontist professor Balters.

Bipupillair lijn
Lijn door het midden van de beide pupillen bij beoordeling van het gezicht van voren.

Bird beak tang
Tang om bogen van vastzittende beugels mee te kunnen buigen.

Bisfosfonaten
Bisfosfonaten worden gebruikt bij osteoporose (botontkalking), met als doel botbreuken te voorkomen. Bij het gebruik van bisfosfonaten bestaat er bij het trekken van een kies een kans op het optreden van osteonecrose (botafsterving) van de kaak. Bisfosfonaten kunnen ook de doorbraak van tanden en kiezen vertragen en de orthodontische verplaatsing van gebitselementen belemmeren of blokkeren.

Björk
De Deense orthodontist professor dr. Arne Björk (1911–1996) publiceerde in 1947 een baanbrekend proefschrift waarin hij de groei en ontwikkeling van de kaken en het gebit met behulp van gestandaardiseerde röntgenfoto's onderzocht. Hiervoor plaatste hij bij groeiende kinderen kleine metalen kogeltjes in de kaken.

Bleken
Witter maken van tand(en) met behulp van een blekende vloeistof of gel (peroxide). Dode tanden worden van binnenuit gebleekt. De tand wordt dan eerst open gemaakt. Levende tanden worden van buitenaf met behulp van een bleeklepel gebleekt.

Blijvend gebit
Gebit met allemaal blijvende gebitselementen.

Blokbeugel
Uitneembare beugel (activator) die zowel het onder- als het bovengebit omvat en de onderkaak naar voren houdt. Het is eigenlijk een bovenbeugel die aan een onderbeugel vastzit.

Blokverankering
Wijze van verankering waarbij een aantal gebitselementen worden gebruikt om de reactiekrachten voor orthodontische tandverplaatsingen op te vangen.

Bodily verplaatsing
Tandverplaatsing evenwijdig aan een gebitselement zelf.

Bollard
Een klein titanium staafje met twee of drie ronde openingen waarin schroefjes kunnen worden bevestigd waarmee het staafje in het kaakbot kan worden vastgezet. Aan het uiteinde van het staafje, dat via het tandvlees in de mondholte uitsteekt, zitten kleine buisjes met haakjes of inbus slotjes die aan een vaste beugel kunnen worden bevestigd. Het hulpmiddel wordt tijdelijk in de kaak geplaatst om er krachten aan te ontlenen voor het orthodontisch verplaatsen van gebitselementen en kaken. Het zygoma-anker is een voorbeeld van een bollard. Het type orthodontisch implantaat is ontworpen door de Brusselse orthodontist dr. Hugo De Clerck.

Bolton-analyse
Analyse voor het berekenen van de grootteverhouding tussen de onder- en bovengebitselementen om na te gaan of er sprake van een tooth size discrepancy (TSD) is.

Bonding agent
Hechtmiddel dat bij het plakken van een bracket, buis, attachment of spalk de aanhechting tussen composiet en gebitselement bevordert.

Bone anchored maxillary protraction (BAMP)
Behandelingstechniek met botankers in de onder en bovenkaak.

Boog
Metalen draad die in de slotjes en buizen van een vastzittende beugel wordt bevestigd. Wordt ook wel orthodontische boog genoemd.

Booy
Kees Booy was een Groningse hoogleraar (1921-2013) die vanaf 1959 de vastzittende beugel (plaatjesbeugel), en dan met name de Begg beugel, in Nederland en de rest van Europa heeft geïntroduceerd. Naar hem vernoemd is de Booy Foundation, een stichting die scholing en nascholing op het gebied van de orthodontie organiseert.

Booy Foundation
Naar professor Booy vernoemde Nederlandse stichting die cursussen en congressen op het gebied van de orthodontie organiseert.

BOS
British Orthodontic Society (BOS), de Engels wetenschappelijke beroepsvereniging van orthodontisten.

Bot
Os.

Botanker
Metalen staafje dat tijdelijk in de kaak wordt bevestigd en waaraan krachten kunnen worden ontleend voor het orthodontisch verplaatsen van gebitselementen en kaken.

Botappositie, botdepositie
Botaanmaak.

Botaugmentatie
Botvergroting.

Botdehiscentie
Deel van de rand van de tandkas waarbij het bot ontbreekt en de wortel van een gebitselement niet door bot wordt bedekt. Wordt ook wel dehiscentie genoemd.

Botfenestratie
Deel van de tandkas waarbij het bot plaatselijk ontbreekt en de wortel van een gebitselement niet door bot wordt bedekt. Wordt ook wel fenestratie genoemd.

Botresorptie
Botafbraak.

Botverankering
Orthodontische verankering met metalen implantaat dat tijdelijk in de kaak wordt bevestigd en waaraan krachten kunnen worden ontleend voor het orthodontisch verplaatsen van gebitselementen en kaken. Wordt ook wel skelettale verankering genoemd.

Bracket
Slotje van een vastzittende beugel.

Bracket slot
Inkeping in bracket voor de boog.

Bracket verwijder tang
Instrument om een bracket van een gebitselement te verwijderen.

Brug
Vervanging van afwezige gebitselement(en) door middel van gegoten voorzieningen die aan naburige gebitselementen bevestigd zijn.

Brugnaald
Plastic naald om (tand)floss onder een spalk (of brug) te leiden. Wordt ook wel flossnaald genoemd.

Bruxisme
Tandenknarsen.

Bucca
Wang.

Buccaal
Aan de wangzijde.

Buis
Buis op een grote kies waarin de boog van een vastzittende beugel kan worden bevestigd. Een buis kan op een band om de kies zijn gelast of op de kies geplakt zijn (plakbuis).

Buitenbeet
Kleine of grote kies bijt te ver naar buiten ten opzichte van kiezen in de tegenoverliggende gebitsboog.

Buitenbeugel
Uitneembare beugel met een petje op het hoofd of een band in de nek.

Burstone
Professor Charles Burstone (1928–2015) was een Amerikaanse hoogleraar orthodontie, die een veelgebruikte modificatie van de straightwire bracket van Andrews en een hieraan gerelateerde behandelingstechniek heeft geïntroduceerd. Hij heeft zich tevens intensief beziggehouden met onderzoek naar de biomechanica van vastzittende beugels en op basis hiervan een behandeltechniek ontwikkeld.

Button
Knopje dat op een tand of kies wordt bevestigd om er elastiekjes aan vast te kunnen maken.

Calcificatie
Vorming van glazuur tijdens de ontwikkeling van een gebitselement in de kaak.

Cariës
Gaatje in gebitselement veroorzaakt door plaque.

Case
De Amerkaanse orthodontist professor Calvin S. Case (1847-1923) was een van de grondleggers van de moderne orthodontie.

Caudaal
Aan de onderzijde of naar beneden gericht.

Cavum oris
Mond.

C-C-bar, C-C-retainer
Metalen draad die na afloop van een orthodontische behandeling achter de voortanden kan worden geplaatst om het gebit na afloop zo goed mogelijk in de rij te houden. De C-C-bar werd in 1977 door de Noorse orthodontist Zachrisson geïntroduceerd en wordt ook wel retentiespalk genoemd. Andere benamingen zijn: spalk(je) of retentiespalk.

Cefalometrie
Analyse van de stand van de gebitselementen en de kaken aan de hand van metingen op een röntgenfoto van het profiel van het gezicht (laterale schedelröntgenfoto).

Cefalostaat
Apparaat om het hoofd in een bepaalde positie te fixeren zodat er op gestandaardiseerde wijze reproduceerbare röntgenfoto’s gemaakt kunnen worden. In 1931 is de cefalostaat door de Amerikaan Broadbent en de Duitser Hofrath tegelijkertijd in de orthodontie geïntroduceerd.

Cement
Hechtmiddel waarmee banden om kiezen worden vastgezet. Cement is ook de weefsellaag die de wortel van een gebitselement bedekt.

Cementoblasten
Cellen die de weefsellaag die de wortel van een gebitselement bedekt (cement) maken.

Centraal College (C.C.)
Instantie voor erkenning en registratie van tandheelkundige specialisten.

Centraal diasteem
Ruimte (spleet) tussen middelste snijtanden.

Centrale incisief
Middelste snijtand.

Certificering
Onderdeel van het verplichte kwaliteitsprogramma van orthodontisten, waarbij elke praktijk gecertificeerd dient te zijn en minimaal aan de ISO 9001 norm moet voldoen. Bij de certificering wordt de praktijkorganisatie onder de loep genomen. Iedere gecertificeerde orthodontistenpraktijk ontvangt het branchecertificaat van de Nederlandse Vereniging van Orthodontisten (NVvO). 

Cervicaal
Aan de tandhalszijde van een gebitselement.

Cervicale headgear
Buitenbeugel met een band in de nek.

Chain
Ketting van elastiekjes. Wordt ook wel power chain genoemd.

Chemisch uithardend composiet
Hechtmiddel voor het plakken van een bracket, buis, attachment of spalk dat uit zichzelf uithardt.

Chirurgische orthodontie
Orthodontische behandeling in combinatie met kaakoperatie.

Chloorhexidine digluconaat
Middel dat in de tandheelkunde wordt gebruikt om het ontstaan van plaque tegen te gaan. Chloorhexidine digluconaatoplossingen worden vaak in mondspoelmiddelen en lepels met gels gebruikt.

Cinching
Aan de achterzijde ombuigen van een boog bij een vastzittende beugel.

Circle
Lusje in de boog van een vastzittende beugel waar elastiekjes aan kunnen worden vast gemaakt.

Cleat
Vlinderdasvormig haakje dat op een tand of kies wordt bevestigd om er elastiekjes aan vast te kunnen maken.

Cleft Palate-Craniofacial Journal
Amerikaans wetenschappelijk tijdschrift voor schisis (hazenlip) en ernstige groeistoornissen van de schedel en het gelaat (craniofaciale afwijkingen). Het tijdschrift wordt door de American Cleft-Palate-Craniofacial Association uitgegeven.

Closing loop
Lus in boog van een vastzittende beugel om een diasteem te verkleinen.

Coffin veer
Bepaald type metalen draad die twee helften van een uitneembare beugel met elkaar verbindt. De veer werd in 1869 voor het eerst door de Engelse tandarts Coffin toegepast.

Coil
Klein veertje om bij een vaste beugel tanden en kiezen naar elkaar toe te trekken of van elkaar af te duwen. Wordt ook wel coil spring genoemd.

Composiet
Kunststof hechtmiddel dat wordt gebruikt bij het plakken van een bracket, buis, attachment of spalk. Composiet wordt ook gebruikt voor vullingen.

Compressie
Het versmallen van kaak en gebit.

Condylus
Kaakkopje.

Cone beam CT
Cone beam computer tomogram is een driedimensionale röntgenfoto van het hoofd, het gezicht of de kaken. Wordt ook wel meerdimensionale kaakfoto genoemd.

Congenitaal
Aangeboren.

Constructiebeet
Een ingebeten rol was waarmee de onder- en bovengebitsmodellen voor het maken van een activator ten opzichte van elkaar georiënteerd kunnen worden.

Contactpunt
Punt waar twee aanliggende gebitselementen elkaar raken.

Continue kracht
Kracht die dezelfde krachtgrootte blijft houden.

Convertible buis
Buis waarvan de buitenzijde kan worden geopend.

Cortex
De buitenste laag van een bot.

Corticotomie
Chirurgisch aanbrengen van een zaagsnede in de buitenste laag van een bot.

Craniaal
Naar of aan de kant van de schedel.

Crefcoeur veer
Bepaald type metalen veer die twee helften van een uitneembare beugel met elkaar verbindt. De beugel zelf wordt ook aangeduid als Crefcoeur apparaat. Uitgevonden door de Maastrichtse orthodontist Jef Crefcoeur.

Crimpable hook
Haakje dat bij een vastzittende beugel met een tang aan een boog kan worden vastgeknepen.

Crowding
Gedrongen stand van gebitselementen.

Curettage
Het verwijderen van ontstoken pocket weefsel met tandheelkundige instrumenten.

Curve van (Von) Spee
Lijn die van opzij gezien de knobbelpunten van de grote kiezen, kleine kiezen en hoektanden met elkaar verbindt. De curve is vernoemd naar de Duitse embryoloog Ferdinand Graf von Spee (1855-1937), die deze lijn voor het eerst beschreef.

Cuspidaat
Hoektand.

Cutter
Instrument om metalen draaddelen af te knippen.

Cyste
Goedaardig tumor gevuld met vocht.

Debanderen
Verwijderen van banden.

Debonderen
Verwijderen van geplakte brackets, buizen en attachments.

Dehiscentie
Deel van de rand van de tandkas waarbij het bot ontbreekt en de wortel van een gebitselement niet door bot wordt bedekt. Wordt ook wel botdehiscentie genoemd.

Dekbeet
Gebitsafwijking waarbij het ondergebit ten opzichte van het bovengebit in voor-achterwaarste zin te ver naar achteren ligt en waarbij de beide middelste snijtanden naar binnen en de beide snijtanden ernaast naar buiten gekipt staan. De gebitsafwijking wordt ook wel (Angle) Klasse II/2 malocclusie genoemd.

Delaire
Buitenbeugel die op het gezicht afsteunt, vernoemd naar de Franse kaakchirurg professor Jean Delaire, de uitvinder van de beugel. De beugel wordt ook wel face mask of omgekeerde headgear genoemd.

Dental floss
Tandzijde om de ruimte tussen gebitselementen te reinigen. Wordt ook wel floss genoemd.

Dentine
Weefsellaag onder het glazuur en cement van een gebitselement. Wordt ook wel tandbeen genoemd.

Dentoalveolair
Met betrekking tot de gebitselementen en tandkassen.

Dentomaxillaire orthopedie
Deelvakgebied van de tandheelkunde dat zich bezig houdt met het verbeteren van de stand van gebitselementen en kaken door middel van beugels. Wordt tegenwoordig meestal orthodontie genoemd.

Detailing
Kleine tandbewegingen tijdens de eindfase bij behandeling met een vastzittende beugel.

Diagnostische set-up
Nabootsing van het eindresultaat met gebitsmodellen waarvan gebitselementen zijn losgemaakt. Wordt ook wel set-up genoemd.

Diasteem
Ruimte (spleet) tussen twee gebitselementen.

Diepe beet
Grote verticale overlap van onder- en bovensnijtanden bij dichtbijten.

Dieptrekplaat
Een dunne, doorzichtige plastic hoes die precies over het onder- of bovengebit past en die het eindresultaat van een orthodontische behandeling zo goed mogelijk vasthoudt.

Dilaceratie
Knik tussen de kroon en wortel van een gebitselement, als gevolg van een trauma tijdens de ontwikkeling.

Dished in profiel
Ingevallen mondpartij.

Distaal
In de gebitsboog naar achteren gericht.

Distal end cutter
Tang om bij een vastzittende beugel de uiteinden van een boog in te korten.

Distaliseren
In de gebitsboog naar achteren bewegen van gebitselement.

Disto-occlusie
Ondergebitselementen staan ten opzichte van het bovengebitselementen in voor-achterwaarste zin te ver naar achteren.

Distractie
Procedure waarbij een kaak na het chirurgisch doorzagen van de buitenste botlaag met in het bot bevestigde schroeven en een uitdraaimechanisme wordt verlengd. Ook wel osteodistractie genoemd.

Divergent
Grote voorste onderste gezichtshoogte. Meestal is de onderkaak hierbij omlaag en naar achteren gedraaid.

DMO
Afkorting van dentomaxillaire orthopedie, het deelvakgebied van de tandheelkunde dat zich bezig houdt met het verbeteren van de stand van gebitselementen en kaken door middel van beugels. Wordt tegenwoordig meestal orthodontie genoemd.

Documentatie
Het materiaal en de informatie die de orthodontist gebruikt voor het diagnosticeren van de orthodontische afwijking en het plannen van een beugelbehandeling. De documentatie bestaat onder meer uit de medische en tandheelkundige gegevens van de patiënt, foto's en röntgenfoto's van de kaken en het gebit en gebitsmodellen. Met behulp van de documentatie kunnen ook de voortgang en het resultaat van een orthodontische behandeling worden beoordeeld.

Doorbraakleeftijd
De leeftijd die wordt bepaald door het aantal doorgebroken tanden en kiezen.

Dorsaal
Aan of naar de rugzijde.

Draadkniptang
Tang om bij vastzittende beugels bogen mee door te knippen.

Driepuntstang
Tang met drie bekken.

Drukplek
Pijnlijk blaartje door druk van een beugel. Wordt ook wel drukplaats, druknecrose of drukulcus genoemd.

Ducovator
Activator, ontwikkeld door de Hoogeveense orthodontist Schotborgh.

Dummy
Kunsttandgedeelte van een brug.

Dwangbeet
Afwijkende sluitingsbeweging van de onderkaak als gevolg van een verkeerde stand van onder- en/of boven gebitselement(en).

Dysgnathie
Afwijkende kaakstand.

Dysostosis
Gestoorde botontwikkeling.

Dysostosis cleidocranialis
Gestoorde ontwikkeling van schedel- sleutelbeenderen. De aangeboren afwijking wordt ook wel syndroom van Marie Sainton genoemd.

Dysostosis craniofacialis
Gestoorde ontwikkeling van schedelbeenderen als gevolg van vroegtijdige verbening van schedelnaden. De erfelijke aandoening wordt ook wel syndroom van Crouzon genoemd.

Dysostosis mandibulofacialis
Gestoorde ontwikkeling van aangezichtsbeenderen, in het bijzonder van de onderkaak. Wordt ook wel aangeduid met de term vogelgezicht. De aangeboren gelaatsaandoening wordt tevens vaak gekenmerkt door laag staande buitenste ooghoeken, een open gehemelte (schisis) en onderontwikkelde oorschelpen. De aandoening wordt ook wel syndroom van Treacher Collins genoemd.

Dysostosis maxillofacialis
Gestoorde ontwikkeling van jukboog en bovenkaak met terugliggend middengezicht. De erfelijke aandoening wordt ook wel syndroom van Peters-Hövels genoemd.

Dystopie
Abnormale ligging van een tandkiem.

Ectopisch
Op een andere plaats dan normaal.

Ectostematisch, ectosteem
Buiten de gebitsboog.

Edgewise beugel
Vastzittende beugel die in 1928 door de Amerikaanse orthodontist Edward Angle geïntroduceerd is. De meeste huidige vaste beugels zijn hier op gebaseerd.

Edgewise tang
Tang om bogen van vastzittende beugels mee te kunnen buigen.

Eerste wisselfase
Periode in de gebitsontwikkeling waarin de eerste grote blijvende kiezen doorbreken en de snijtanden wisselen. Deze fase start meestal rond 6 jaar.

Ehlers-Danlos (EDS)
Het syndroom van Ehlers-Danlos (EDS) is een erfelijke aandoening met als belangrijkste kenmerk een stoornis in de aanleg van bindweefsel. Hierdoor kan het bindweefsel van gewrichten en tandwortelvlies verzwakt zijn.

Elasticiteit
De eigenschap van een weefsel of materiaal om de door een kracht veroorzaakte vervorming geheel of gedeeltelijk op te heffen.

Elastiek
Hulpmiddel voor het verplaatsen van gebitselementen bij een vastzittende beugel. De naam is ook van toepassing op het kleine elastiekje dat voor het vastzetten van een boog in een bracket wordt gebruikt (elastisch ligatuur of module).

Elastisch ligatuur
Klein elastiekje voor het bevestigen van een boog in een bracket bij een vastzittende beugel. Wordt ook wel module of elastiekje genoemd.

Electronische chip
Chip in uitneembare beugel om de therapietrouw van de patiënt bij het dragen ervan te meten.

Embrasure
Driehoekige ruimte begrensd door de kronen van twee aanliggende gebitselementen en het tandvlees.

Endodontische behandeling, Endo
Worterkanaalbehandeling.

En face
Van voren.

EOS
European Orthodontic Society (EOS), de Europese wetenschappelijke beroepsvereniging van orthodontisten.

Epitheel
Dekweefsel.

Erosie
Verlies van tandmateriaal door afslijting (erosie) of oplossing door zure vloeistoffen.

Eruptie
Het natuurlijke gebitsontwikkelingsproces waarbij tanden en kiezen vanuit de kaak in de mond groeien.

Etsbrug
Een kunsttand die met behulp van de etstechniek aan de naastliggende gebitselementen is bevestigd.

Etsen
Het glazuuroppervlak met behulp van een zure substantie opruwen, zodat de lijm waarmee een slotje op een gebitselement wordt geplakt hecht.

European Journal of Orthodontics
Europees wetenschappelijk orthodontisch tijdschrift (EJO), dat door de European Orthodontic Society wordt uitgegeven.

EVAA
Kleine activator die tegelijkertijd tijdens behandeling met een vastzittende beugel kan worden gebruikt. De beugel is door de Heerenveense orthodontist Bernard Akkerman ontworpen.

Eversie
Naar voren gekipte stand van voortanden. Wordt ook wel labioversie genoemd.

Expansie
Het verbreden van kaak en gebit.

Extractie
Het trekken van een tand of kies.

Extractie diasteem
Ruimte tussen gebitselementen na het trekken van een gebitselement.

Extraorale tractie
Buitenbeugel.

Extrusie
Orthodontische tandverplaatsing waarbij een gebitselement uit de tandkas wordt geduwd.

Eyelet
Klein oogje dat op een tand of kies wordt bevestigd om er een ligatuur in vast te kunnen maken.

Facebow
Metalen draden waar een buitenbeugel aan kan worden vastgemaakt.

Face mask
Buitenbeugel die op het gezicht afsteunt. Wordt ook wel Delaire genoemd, naar de uitvinder van de beugel, de Franse kaakchirurg professor Jean Delaire. Een andere benaming voor de beugel is 'omgekeerde headgear'.

Facies
Gezicht.

Farynx
Keelholte.

Fauchard
Pierre Fauchard was een Franse tandarts (1678-1761), die wordt beschouwd als de grondlegger van de huidige tandheelkunde. Beschreef in zijn standaardwerk Le chirurgien dentiste (1746) een beugel om het bovengebit te verbreden ('bandelette').

Fenestratie
Deel van de tandkas waarbij het bot plaatselijk ontbreekt en de wortel van een gebitselement niet door bot wordt bedekt. Wordt ook wel botfenestratie genoemd.

Fibroblast
Cel die bindweefselvezels maakt.

Finishing
Eindfase bij behandeling met een vastzittende beugel.

Fistel
Abnormale verbinding tussen een holte en de buitenwereld.

Flap-operatie
Ingreep waarbij een deel van het tandvlees wordt opgeklapt om ontstoken weefsel te kunnen verwijderen.

Floss
Tandzijde om de ruimte tussen gebitselementen te reinigen. Wordt ook wel dental floss genoemd.

Flossnaald
Plastic naald om (tand)floss onder een spalk (of brug) te leiden. Wordt ook wel brugnaald genoemd.

Follikel
Het losmazige bindweefsel dat de tandkiem omgeeft.

Fractuur
Breuk.

Fränkel
Rolf Fränkel was een hoogleraar orthodontie in het voormalige Oost-Duitsland die een bepaald type activator heeft bedacht. Officieel heet deze beugel Funktionsregler (FR), maar meestal worden hij naar de bedenker professor dr. Fränkel genoemd. Er zijn 3 hoofduitvoeringen van deze beugel, de Fränkel I, II, III en IV.

Frankfurter Horizontale (FH)
Oriëntatievlak tussen de bovenkant van de uitwendige gehoorgang (porion) tot de onderrand van de oogkas (infraorbitale). Dit vlak wordt gebruikt bij het maken en beoordelen van foto's en röntgenfoto's van het gezicht.

Frees
Tandheelkundig apparaat om plastic van beugels weg te slijpen.

Frenulectomie
Verwijdering van een (te groot) lipbandje.

Frenulum labialis inferioris
Onderlipbandje.

Frenulum labialis superioris
Bovenlipbandje.

Frenulum linguae
Tongriempje.

Front
Het gedeelte van het gebit waar zich de snijtanden en hoektanden (resp. incisieven en cuspidaten) bevinden.

Functionele apparatuur
Een beugel die de onderkaak naar voren houdt, zoals bijvoorbeeld een activator.

Functionele krachten
Krachten die ontstaan tijdens het dragen van functionele beugels.

Funktionsregler (FR)
Bepaald type activator ontworpen door de orthodontist professor dr. Rolf Fränkel uit het voormalige Oost-Duitsland. Officieel heet de beugel Funktionsregler (FR), maar meestal worden hij genoemd naar de bedenker van de beugel: Fränkel. Er zijn 3 hoofduitvoeringen van deze beugel, de Fränkel I, II, III en IV.

Furcatie
Splitsing van wortel van gebitselement.

Fysiologisch
Door de natuur bepaald.

Fysiotherapeut
Een fysiotherapeut is een paramedische zorgverlener die patiënten met verschillende lichamelijke klachten oefeningen laat doen die onder de noemer fysiotherapie vallen. Deze discipline houdt zich bezig met de behandeling van klachten aan het steun- en bewegingsapparaat.

Gebitsboog
Tandboog.

Gebitsleeftijd
De leeftijd die wordt bepaald door het aantal doorgebroken tanden en kiezen en de mate van verkalking van nog de niet doorgebroken gebitselementen.

Gebitsmodel
Kopie van het gebit in gips.

Gebitsregulatie
Het verbeteren van de stand van het gebit met beugels.

Geheugenmetaal
Metaal met bijzondere materiaal eigenschappen, die ervoor zorgen dat een boog na verbuiging in de oorspronkelijk vorm wil terugkeren.

Geminatie
Afwijkende vorm van gebitselement, waarbij er sprake is van een samengegroeide verdubbeling van een gebitselement.

Gezicht
Facies.

GG-jumper
Uitneembare beugel ontworpen door de Hengelose orthodontist Gerrit Gelink. De beugel is een modificatie van de activator.

Gingiva
Tandvlees.

Gingivaal
Aan de tandvleeszijde.

Gingiva Index
Score van de ernst van gingivitis bij tanden en kiezen.

Gingivarecessie
Teruggetrokken tandvlees. Wordt ook wel recessie genoemd.

Gingivatransplantatie
Ingreep waarbij een deel van de gingiva verplaatst wordt.

Gingivectomie
Ingreep waarbij een deel van het tandvlees verwijderd wordt.

Gingivitis
Ontstoken tandvlees.

Glasionomeercement
Veelgebruikt hechtmiddel voor het vastzetten van banden om kiezen. Het cement is een mengsel van aluminiumsilicaat-glaspoeder en polycarboxylzuren.

Glazuur
Harde buitenste laag van de kroon van een gebitselement.

Glazuur-cementgrens
Overgang van kroon en wortel van een gebitselement.

Gnathos
Kaak.

Goshgarian
Vastzittende metalen draad, ook wel transpalatal arch, TPA (transpalatal arch) of palatal bar genoemd. De draad loopt langs het gehemelte van de linker naar de rechter kies. Het hulpmiddel is vernoemd naar de uitvinder ervan, de Amerikaanse orthodontist Robert Goshgarian.

Gummy smile
Situatie waarbij je als je lacht veel van het tandvlees laat zien.

Habituele mondademhaling
De gewoonte om in rust door de mond adem te halen.

Half-open activator
Activator die aan de voorzijde grotendeels open is.

Handpols(röntgen)foto
Röntgenfoto voor het bepalen van de resterende hoeveelheid (kaak)groei.

Hard wire cutter
Tang om dikke bogen van vastzittende beugels door te knippen.

Hawley retainer
Uitneembare beugel met een metalen draad langs de voorzijde van de tanden, die ervoor bedoeld is om het eindresultaat van een behandeling zo goed mogelijk te behouden.

Headgear
Buitenbeugel.

Headgear-activator
Combinatie van een buitenbeugel met petje op het hoofd en een activator.

Hellman
De Amerkaanse orthodontist professor Milo Hellman (1873-1947) was de grondlegger van het wetenschappelijke onderzoek naar de groei en ontwikkeling van het gebit en aangezicht. In 1935 introduceerde hij schedelmetingen en een classificatie van de gebitsontwikkeling voor de orthodontie.

Hemifaciale microsomie
Eenzijdige onderontwikkeling van de onderkaak. Ook andere delen van het gezicht kunnen aan dezelfde kant onderontwikkeld zijn, zoals bijvoorbeeld de bovenkaak en het oor.

Hemisectie
Splijten van gebitselement.

Hemostat
Pincet waarmee elastiekjes voor het vastzetten van een boog om brackets geplaatst kunnen worden. Het instrument wordt ook wel mosquito of Mathieu genoemd.

Herbst scharnier
Vastzittende beugel die met telescopische staafjes de onderkaak naar voren houdt. De beugel is in 1904 door de Duitse orthodontist Emil Herbst uitgevonden.

Herregistratie
Verlenging van de inschrijving als orthodontist in het BIG-register door de Registratiecommissie Tandheelkundige Specialismen (RTS) van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (KNMT) voor een termijn van maximaal 5 jaar. Hiervoor is het vereist dat de orthodontist de voorgaande 5 jaar gemiddeld 2 dagen per week patiënten heeft behandeld, voldoende bij- en nascholing heeft gevolgd en aan het kwaliteitsprogramma van de Nederlandse Vereniging van Orthodontisten (NVvO) heeft deelgenomen.

Hickam protractie apparaat
Buitenbeugel die op de kin en het achterhoofd afsteunt, vernoemd naar de Amerikaanse orthodontist John Hickam, de uitvinder van de beugel. De beugel wordt ook wel Hickam protractie headgear of Hickam genoemd.

Highpull headgear
Buitenbeugel met petje op het hoofd.

Hilgers
James Hilgers, een Amerikaanse orthodontist die een veelgebruikte modificatie van de straightwire bracket van Andrews en een hieraan gerelateerde behandelingstechniek heeft geïntroduceerd. Tevens uitvinder van de pendulum, een beugel waarmee de blijvende grote bovenkiezen zonder buitenbeugel naar achteren kunnen worden verplaatst.

Hoekstuk
Tandheelkundige boormachine.

Hook
Klein haakje waaraan bij vastzittende apparatuur elastiekjes aan kunnen worden vastgemaakt.

Horizontaal groeipatroon
Groeirichting van de onderkaak naar boven en naar voren.

How tang
Instrument om een boog bij een vastzittende beugel te plaatsen en te verwijderen.

Hyalinisatie
Op microscopisch niveau bekeken gebiedje met een gelei-achtige degeneratie van het wortelvlies (hyalinisatiezone), waardoor de wortel van een gebitselement tijdens een orthodontische tandverplaatsing aldaar tijdelijk niet verplaatst.

Hyalinisatieperiode
Periode tijdens de beginfase van een orthodontische tandverplaatsing, waarin een gebitselement niet of nauwelijks beweegt.

Hyoïd
Tongbeen. Wordt officieel os hyoideum genoemd.

Hypercementose
Verdikking van wortelcement.

Hypermobiliteit
Overmatige beweeglijkheid.

Hyperplasie
Weefsel vergroting.

Hyperodontie
Boventallige gebitselementen.

Hypocalcificatie
Glazuur aanlegstoornis.

Hypoplasie
Onderontwikkeling.

Hyrax
Vastzittende beugel met een schroef waarmee in korte tijd het bovengebit kan worden verbreed door het openen van de schedelnaad (sutuur) in de bovenkaak. Andere namen voor de beugel zijn sutuurexpansie-apparaat of spin.

ICON
Index of Complexity, Outcome and Need (ICON), een door de Engelsen Charles Daniels en Stephen Richmond ontwikkeld meetinstrument voor het vaststellen van de orthodontische behandelingsbehoefte. De index rangschikt deze behoefte op basis van de ernst van de malocclusie en het effect ervan op de gezondheid en de esthetiek van het gebit en het gezicht. Tevens wordt hierbij ook rekening gehouden met de moeilijkheidsgraad en het eindresultaat van een behandeling. Daarnaast kan met de index ook de effectiviteit van de behandeling worden bepaald.

Idiopathisch
Door een onbekende oorzaak.

Impactie
Situatie waarbij een gebitselement in de kaak blijft zitten.

Implantoloog, tandarts-implantoloog
Tandarts die zich bezighoudt met het plaatsen van implantaten.

Inbinden
Vastzetten van boog in bracket bij vastzittende beugel.

Incisief
Snijtand.

Incisaal
Aan de snijrandzijde van een tand.

Inclinatie
Asrichting van een gebitselement loodrecht ten opzichte van de kaakwal.

Incompetente lippen
Lippen die in rust geopend zijn.

Infantiel slikken
Wijze van slikken waarbij de tong tussen de tanden wordt geperst. Wordt ook wel tongpersen genoemd.

Infaust
Ongunstig.

Informed consent
Schriftelijke toestemming van patiënt of diens wettelijke vertegenwoordiger voor diagnostische procedures en behandelingen.

Infraorbitale
Onderrand van de oogkas.

Infrapositie
Positie van een gebitselement waarbij het te weinig uitgegroeid is.

Inslijpen
Beslijpen van de kauwvlakken en snijranden van gebitselementen. De term wordt ook gebruikt voor het wegslijpen van plastic van uitneembare beugels (meestal activatoren) om gebitselementen de gelegenheid te geven verder door te groeien.

Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)
Overheidsinstantie die toezicht houdt op de gezondheidszorg.

Instrumententray
Serveerblad. Wordt ook wel tray genoemd.

Interceptieve behandeling
Behandeling om het ontstaan van een ongunstige gebitsontwikkeling te voorkomen.

Interdentaal borsteltje
Klein borsteltje om het gebit en tandvlees achter de boog van een vastzittende beugel schoon te kunnen maken. Kan ook gebruikt worden om de ruimte tussen gebitselementen of onder een brug te reinigen. Interdentale borsteltjes worden ook wel ragertjes genoemd.

Interdentale papil
Tandvlees tussen twee aanliggende tanden of kiezen. Wordt ook wel papil genoemd.

Interdigitatie
Het in elkaar passen van knobbels en groeven van de kleine en grote kiezen met die van de tegenoverliggende gebitsboog.

Intermaxillair
Tussen onder- en bovenkaak of onder- en bovengebit.

Intermaxillaire verankering
Wijze van verankering waarbij de weerstand van gebitselementen of structuren in de ene kaak wordt gebruikt om orthodontische tandverplaatsingen in de andere kaak te bewerkstelligen.

Intermitterende kracht
Kracht die slechts gedurende bepaalde perioden aanwezig is.

Interproximale reductie
Ruimte maken voor het in de rij zetten van het gebit. Hierbij worden gebitselementen door middel van slijpen of schuren iets smaller gemaakt. De procedure wordt ook wel strippen of slicen genoemd.

Interrupted kracht
Kracht waarbij de krachtgrootte na korte tijd afneemt.

Intertransitionele periode
Periode in de gebitsontwikkeling tussen de eerste en tweede wisselfase. Deze fase wordt ook wel de rustfase genoemd. De intertransitionele periode is bij kinderen meestal van 9 tot 10 jaar.

Intramaxillaire verankering
Wijze van verankering waarbij de weerstand van gebitselementen of structuren in de kaak wordt gebruikt om orthodontische tandverplaatsingen in diezelfde kaak te bewerkstelligen.

Intraoraal
In de mond.

Intra-orale röntgenfoto
Röntgenfoto van een paar gebitselementen. Wordt ook wel tandfilm genoemd.

Intrusie
Orthodontische tandverplaatsing waarbij een gebitselement in de tandkas wordt geduwd.

Inversie
Naar binnen gekipte stand van voortanden.

IOTN
Index for Orthodontic Treatmen Need, een door de Engelse orthodontisten Stephen Richmond en William Shaw ontwikkeld meetinstrument voor het vaststellen van de orthodontische behandelingsbehoefte. De index rangschikt deze behoefte op basis van de ernst van de malocclusie en het effect ervan op de gezondheid en de esthetiek van het gebit en het gezicht.

Izard
G. Izard was Franse orthodontist die in 1930 een omvangrijk standaardwerk over orthodontie schreef.

J-hook
Haakje aan de voorzijde van een boog van een vastzittende beugel voor de bevestiging van een buitenbeugel.

Jiggling
Heen en weer bewegen van een gebitselement, waardoor de gewenste eindpositie niet wordt bereikt.

Journal of Orthodontics
Engels wetenschappelijk orthodontisch tijdschrift, dat door de British Orthodontic Society wordt uitgegeven.

Kaak
Gnathos.

Kaakchirurg
Tandarts en arts die een specialistenopleiding in de mondziekten en kaak- en aangezichtschirurgie aan de universiteit of academisch ziekenhuis heeft afgerond en in het BIG-register als kaakchirurg staat ingeschreven. De officiële naam luidt: Mond- Kaak- en Aangezichtschirurg of MKA-chirurg. Het vakgebied wordt vaak mondheelkunde genoemd.

Kaakgewricht
Temporomandibulair gewricht (TMG).

Kaakhoek
Hoek tussen de onderrand en achterzijde van de onderkaak van opzij gezien.

Kaakkopje
Condylus.

Kaakorthopedie
Deelvakgebied van de orthodontie dat zich bezig houdt met het verbeteren van de stand van de kaken door middel van beugels.

Kaakrelatie
Onderlinge relatie tussen de onder- en bovenkaak. Wordt ook wel relatie genoemd.

Kaasmolaar
Kies met ernstige ontwikkelingsstoornis van het glazuur.

Keelholte
Farynx.

Kegeltand
Kegelvormige zijbovensnijtand (laterale bovenincisief).

Keramische slotjes
Witte slotjes gemaakt van een soort glas (keramiek).

KEW-dossier
Een dossier volgens de Kernenergie Wet (KEW) met documenten die betrekking hebben op de röntgenapparatuur, zoals een risicoanalyse van de stralingsbelasting, een verklaring van deskundigheid, controle en onderhoud van de apparatuur, instructies voor het personeel en beschermende maatregelen.

Kinetor
Modificatie van de activator van Andresen volgens het ontwerp van de Duitse orthodontist professor Stockfisch.

Kingsley
Norman Kingsley (1829-1913) was een Amerikaanse orthodontist die in 1877 de voorloper van de activator (blokbeugel) uitvond. Tevens was hij de auteur van een omvangrijk orthodontisch tekstboek.

Kinkap
Buitenbeugel die op de kin afsteunt.

Kinplastiek
Kaakchirurgische verplaatsing van de kin.

Klachtencommissie
Een door iedere zorgorganisatie in het kader van de Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector verplicht samen te stellen externe commissie die klachten van patiënten over zorgverleners behandelt.

Klammer
Metalen draad waarmee een uitneembare beugel aan het gebit wordt vastgehouden. Wordt ook wel anker genoemd.

Klasse I malocclusie
Gebitsafwijking waarbij het ondergebit en bovengebit in voor-achterwaarste zin goed ten opzichte van elkaar staan.

Klasse II/1 malocclusie
Gebitsafwijking waarbij het ondergebit ten opzichte van het bovengebit in voor-achterwaarste zin te ver naar achteren ligt.

Klasse II/2 malocclusie
Gebitsafwijking waarbij het ondergebit ten opzichte van het bovengebit in voor-achterwaarste zin te ver naar achteren ligt en waarbij de beide middelste snijtanden naar binnen en de beide snijtanden ernaast naar buiten gekipt staan. De gebitsafwijking wordt ook wel dekbeet genoemd.

Klasse III malocclusie
Gebitsafwijking waarbij het ondergebit ten opzichte van het bovengebit in voor-achterwaarste zin te ver naar voren ligt.

Kleurtablet
Tablet om plaque in de mond mee zichtbaar te maken. Wordt ook wel met een vloeistof gedaan.

Klinische kroon
Het in de mondholte zichtbare gedeelte van de kroon van een gebitselement.

Klinisch onderzoek
Onderzoek van de patiënt in de behandelstoel zonder röntgenolische of andere extra onderzoekhulpmiddelen.

Klinische visitatie
Onderdeel van het verplichte kwaliteitsprogramma van orthodontisten, waarbij de praktijk van een orthodontist een keer in de 5 jaar door een groep collega's wordt bezocht. Tijdens een visitatie wordt de kwaliteit van behandelingsprocedures beoordeeld. Gekeken wordt naar de mate van tevredenheid van patiënten, de kwaliteit van behandelingen, het oordeel van verwijzende tandartsen en kaakchirurgen. Tevens worden lopende behandelingen van patiënten ter plekke geëvalueerd. Klinische visitatie wordt ook vaak visitatie genoemd.

Klinisch orthodontisch onderzoek
Onderzoek zonder analyse van gebitsmodellen, röntgenfoto's en foto's.

KNMT
Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde, de grootste landelijke beroepsvereniging van tandartsen en tandartsspecialisten.

Knopanker
Metalen draadje met een bolvormig uiteinde waarmee een uitneembare beugel aan het gebit wordt vastgehouden.

Kobayashi hook
Haakje om een bracket, gebogen van een dun metalen draadje bij een vastzittende beugel.

Koppel
Twee gelijk grote krachten die in een tegengestelde richting parallel aan elkaar op een gebitselement werken.

Korkhaus-bestek
Een setje met instrumenten voor het opmeten van gebitsmodellen bestaande uit een plastic symmetrieplaatje, een passer en een draaischijfje voor het bepalen van afmetingen van de tandbogen. Het setje is ontwikkeld door de Duitse orthodontist professor dr. dr. Gustav Korkhaus.

Kroon
Het gedeelte van een gebitselement dat zich buiten het tandvlees bevindt. Ook wel de naam voor een tandheelkundige voorziening die een gebitselement overkapt.

Kruisbeet
Situatie waarbij kiezen van het bovengebit ten opzichte van kiezen van het ondergebit bij dichtbijten te ver naar binnen staan.

Kunsthars
Het plastic van een uitneembare beugel.

Kwaliteitsprogramma
Programma om de kwaliteit van de zorgverlening te waarborgen en waar orthodontisten verplicht aan mee moeten doen om als orthodontist in het BIG-register ingeschreven te kunnen blijven. Het programma omvat (klinische) visitatie, bij- en nascholing en certificering.

Labiaal
Aan de lipzijde.

Labiale boog
Metalen draad van een uitneembare beugel die voor de tanden langs loopt.

Labioversie
Naar voren gekipte stand van voortanden. Wordt ook wel eversie genoemd.

Labium
Lip.

Lachlijn
Verticale positie van de boventanden ten opzichte van de onderzijde van de bovenlip.

Larynx
Strottenhoofd.

Lateraal
Naar opzij.

Laterale dwangbeet
Dwangbeet waarbij de onderkaak zijwaarts afglijdt.

Laterale incisief
Zijsnijtand.

Laterale schedelröntgenfoto (LS)
Röntgenfoto van het profiel van het gezicht, ook wel röntgenschedelprofielfoto (RSP) genoemd.

Laterognathie
Afwijkende positie van de kaak naar links of naar rechts.

Latex
Veelgebruikt rubber materiaal van elastiekjes bij vastzittende beugels.

Leeway space
Verschil in voor-achterwaarste kroonafmetingen van de melkhoektanden en melkmolaren en die van de blijvende opvolgers.

Lege artis
Naar de regels van de kunst.

Lehman activator
Activator bedacht door de Nederlandse orthodontist dr. Ruud Lehman.

Le Fort osteotomie
Chirurgische operatie waarbij (een deel van) de bovenkaak wordt verplaatst.

Levelling
Tandverplaatsingen die er op gericht zijn om de snijranden en knobbels van alle tanden en kiezen van een gebitsboog in één verticaal vlak te laten komen liggen.

Licht uithardend composiet
Hechtmiddel voor het plakken van een bracket, buis, attachment of spalk dat uit onder de invloed van licht uithardt.

Licht uithardende lamp
Lamp om het hechtmiddel bij het plakken van een bracket, buis, attachment of spalk uit te harden.

Ligature tang
Tang waarmee dunne metalen draden (ligaturen) kunnen worden getwijnd. Wordt ook wel naaldvoerder genoemd.

Ligature cutter
Tang voor het doorknippen van dunne metalen draadjes (ligaturen).

Ligatuur
Dun metalen draadje.

Lijm
Kleefmateriaal om brackets, buizen en attachments (slotjes) op tanden en kiezen te plakken. De officiële termen zijn: adhesief of bonding en composiet.

Lingua
Tong.

Linguaal
Aan de tongzijde.

Linguale apparatuur
Vastzittende beugel aan de binnenzijde van het gebit.

Linguoversie
Naar binnen gekipte stand van gebitselementen.

Lipbumper
Uitneembare stevige metalen draad die aan de buitenzijde langs het ondergebit loopt.

Lipinterpositie
Onderlip bevindt zich in rust tussen de onder- boventanden. Wordt ook wel onderlipinterpositie genoemd.

Liplijn
Verticale positie van de onderrand van de bovenlip ten opzichte van de boventanden.

Lock pin
Kleine pin die de boog bij een Begg beugel in het slotje vastzet.

Logopedist
Een logopedist is een paramedische zorgverlener die zich bezighoudt met behandelingen van communicatiestoornissen met betrekking tot taal, spraak, de stem, gehoor en/of slikken.

Loop
Een u-vormige lus in de boog van een vastzittende beugel.

Macrodontie
Te grote gebitselementen.

Macroglossie
Te grote tong.

Macrognathie
Te grote kaak.

Malocclusie
Gebitsafwijking.

Mammelons
Kleine knobbeltjes op de snijranden van blijvende tanden.

Mandibula
Onderkaak.

Mandibulair
Van de onderkaak.

Mandibulair repositie-apparaat
Het mandibulair repositie-apparaat (MRA) is een uitneembare beugel die tegenwoordig veel gebruikt wordt bij de behandeling van sociaal hinderlijk snurken en het obstructieve slaapapneu syndroom (OSAS). Deze behandeling met beugels is in 1987 door de Almelose orthodontist dr. Hayé Remmelink in Nederland geïntroduceerd.

Mathieu
Pincet waarmee elastiekjes (modules) voor het vastzetten van een boog om brackets geplaatst kunnen worden. Het instrument wordt ook wel mosquito of hemostat genoemd.

Maxilla
Bovenkaak.

Maxillair
Van de bovenkaak.

MBT-systeem
Een veelgebruikte modificatie van de straightwire vastzittende beugel van de uitvinder van deze behandelingstechniek, Andrews. Het MBT-systeem is in 1997 door de orthodontisten Richard McLaughlin (USA), John Bennett (Engeland) en Hugo Trevisi (Brazilië) geïntroduceerd.

Mediaanvlak
Een vlak door het midden van de bovenkaak loodrecht op het occlusievlak.

Meerdimensionale röntgenfoto
Een meerdimensionale röntgenfoto is een driedimensionale röntgenfoto van het hoofd, het gezicht of de kaken. Wordt ook wel Cone Beam CT genoemd (CBT).

Meerfunctiespuit
Tandheelkundige instrument waarmee in de mond water en/of lucht gespoten kan worden.

Melkgebit
Gebit met uitsluitend melkgebitselementen.

Mentalis habit
Overmatig aanspannen van de kinspier (musculus mentalis).

Mesh pad
Metalen plaatje met minuscule gaatjes waarop bracket of buis is vastgelast.

Mesiaal
In de gebitsboog naar voren gericht.

Mesiale drift
Van nature optredende in de gebitsboog naar voren gerichte migratie van gebitselementen.

Mesialiseren
In de gebitsboog naar voren bewegen van gebitselement.

Mesiodens
Boventallig gebitselement tussen de middelste bovensnijtanden.

Mesiogressie
Voorwaartse opschuiving in de tandboog.

Mesio-occlusie
Ondergebitselementen staan ten opzichte van bovengebitselementen in voor-achterwaarste zin te ver naar voren.

Microdontie
Te kleine gebitselementen.

Microglossie
Te kleine tong.

Micrognathie
Te kleine kaak.

Midline shift, midlijn deviatie (MLD), midlijn verschuiving
Afwijkende stand van het midden van een gebitsboog ten opzichte van het mediaanvlak.

Micro-implantaat, mini-implantaat
Klein metalen schroefje dat tijdelijk in de kaak wordt bevestigd en waaraan krachten kunnen worden ontleend voor het orthodontisch verplaatsen van gebitselementen en kaken. Andere term hiervoor is: orthodontisch implantaat.

Modelleerwas
Was voor het maken van een was- of constructiebeet en voor het maken van een proefversie van een uitneembare beugel.

Module
Klein elastiekje voor het bevestigen van een boog in een bracket bij een vastzittende beugel. Wordt ook wel elastisch ligatuur of elastiekje genoemd.

Molaar
Grote kies.

Molaarband
Metalen ringetje om een grote kies waarop een buis(je), bracket of attachment gelast kan worden.

Moment
Het moment van een koppel is het product van de krachtgrootte van een van beide krachten met de kortste afstand tussen de beide krachten.

Mond
Os.

Mondheelkunde
Deelvakgebied van de tandheelkunde dat betrekking heeft op afwijkingen in de mond en het aangezicht waarvoor chirurgische behandelingen nodig zijn. Dit deelvakgebied wordt door kaakchirurgen uitgeoefend, een tandarts en arts die een specialistenopleiding in de mondziekten en kaak- en aangezichtschirurgie aan de universiteit of academisch ziekenhuis heeft afgerond en in het BIG-register als kaakchirurg staat ingeschreven. Het vakgebied heet tegenwoordig officieel: Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie. De kaakchirurg: Mond- Kaak- en Aangezichtschirurg of MKA-chirurg.

Mondholte
Cavum oris.

Mondhygiëne
Reiniging van het gebit, tandvlees en tong.

Mondhygiënist
Iemand die de voltijd hbo-opleiding Mondzorgkunde heeft afgerond. Een mondhygiënist richt zich op preventie en mondverzorging, om zo tandbederf en tandvleesaandoeningen te voorkomen en te bestrijden.

Mondsperder
Hulpmiddel om de mond tijdens het plaatsen van brackets open te houden.

Mondspiegel
Tandheelkundig spiegeltje om in de mond de tanden kiezen te kunnen bekijken. Ook wel een spiegel die wordt gebruikt bij het maken van foto's in de mond.

Moorrees
De bekende Nederlandse orthodontist professor Coenraad Moorrees (1916-2003), hoogleraar in de orthodontie aan de Harvard School of Dental Medicine in Boston, heeft veel belangrijk onderzoek gedaan op het gebied van de gebitsontwikkeling bij kinderen. 

Mosquito
Pincet waarmee elastiekjes (modules) voor het vastzetten van een boog om brackets geplaatst kunnen worden. Het instrument wordt ook wel Mathieu of hemostat genoemd.

Moss
De Amerikaanse Melvin L. Moss (1923-2006) was een bekende hoogleraar in de anatomie en orale biologie. Hij ontwikkelde een internationaal hoog aangeslagen wetenschappelijke theorie voor het verklaren van de groei en ontwikkeling van het gebit en gezicht (de functionele matrix theorie). Volgens deze theorie speelt het functioneren van spieren een belangrijke rol bij het groeien van kaken. Zijn Nederlandse echtgenote, Letty Moss-Salentijn, was een bekende anatoom die in dit verband ook veel onderzoek naar de groei en ontwikkeling van de schedel heeft gedaan.

MRA
Het MRA (mandibulair repositie-apparaat) is een uitneembare beugel die tegenwoordig veel gebruikt wordt bij de behandeling van sociaal hinderlijk snurken en het obstructieve slaapapneu syndroom (OSAS). Deze behandeling met beugels is in 1987 door de Almelose orthodontist dr. Hayé Remmelink in Nederland geïntroduceerd.

Mucogingivale grens
Overgang tussen slijmvlies (mucosa) en tandvlees (gingiva).

Mucosa
Slijmvlies.

Multidisciplinair consult
Gezamenlijk consult van meerdere tandheelkundige en/of medische disciplines.

Musculus
Spier.

Naaldvoerder
Tang waarmee dunne metalen draden (ligaturen) kunnen worden getwijnd. Wordt ook wel ligature tang genoemd.

Nasofarynx
Neus-keelholte.

Nasolabiale hoek
Hoek tussen de onderzijde van de neus en de bovenlip van opzij gezien.

Necrose
Afsterven van weefsel.

Negatieve liptrap
Onderlip staat van opzij gezien ten opzichte van de bovenlip naar achteren.

Nervus
Zenuw.

Nervus mandibularis
Zenuw die door de onderkaak (mandibula) loopt. De zenuw zorgt onder meer voor het gevoel van het gebit en het tandvlees van de onderkaak, de onderlip en het voorste deel van de tong.

Neutro-occlusie
Onder- en bovengebitselementen staan in voor-achterwaarste zin goed ten opzichte van elkaar.

Nikkel-titanium
Metaallegering met zeer elastische eigenschappen waar vaak de bogen van vastzittende orthodontische beugels van zijn gemaakt. De draden bestaan meestal voor 50-54% uit nikkel en 46-50% uit titanium. Met behulp van deze bogen kunnen tanden en kiezen verplaatst worden. Nikkel-titanium bogen worden meestal tijdens de beginfase van een behandeling gebruikt.

Nord
Charles Nord (1887-1978) was een internationaal bekende Nederlandse tandarts die in 1928 een uitneembare beugel met een schroef introduceerde, waarmee het gebit verbreed kon worden (Nord-schroef).

NVOS
Nederlandse Vereniging voor Orthodontische Studie, een vereniging die congressen op het gebied van de orthodontie organiseert.

NVvO
Nederlandse Vereniging van Orthodontisten (NVvO), de landelijke wetenschappelijke beroepsvereniging van orthodontisten.

NZa
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is een zelfstandig bestuursorgaan dat tarieven, prestaties, budgetten en regels voor de gezondheidszorg vaststelt.

Obstructief Slaap Apneu Syndroom, Obstructieve Slaapapneu
Obstructief Slaap Apneu Syndroom (OSAS) of Obstructieve Slaap Apneu (OSA), een beperkte doorgankelijkheid van de bovenste luchtweg tijdens de slaap die wordt gekenmerkt door snurkgeluiden en tijdelijke adempauzes. OSAS kan tot een scala aan gezondheidsproblemen leiden, zoals ernstige vermoeidheid, hart- en vaatziekten en hoge bloeddruk. Voor de behandeling van OSAS worden tegenwoordig vaak beugels gebruikt (mandibulaire repositie-apparaten ofwel MRA's).

Obstructieve mondademhaling
Door de mond adem halen als gevolg van een beperkte of afgesloten doorgankelijkheid van de bovenste luchtweg.

Occludator
Apparaat waarmee gebitsmodellen ten opzichte van elkaar kunnen worden gefixeerd in de positie waarin de constructiebeet is gemaakt.

Occlusaal
Aan de occlusiezijde ofwel kauwvlakzijde.

Occlusale opbeet röntgenfoto
Röntgenfoto van (een deel van) het gehemelte en de boventandboog.

Occlusale röntgenfoto
Tandfilm van de bovenkaak om de positie van een bovenhoektand in de bovenkaak vast te stellen.

Occlusie
Wijze waarop onder- en bovengebitselementen bij dichtbijten tegen elkaar aan komen.

Occlusievlak
Kauwvlak. Op een gebitsmodel is dit het vlak dat de knobbels van de bovenmolaren en bovenpremolaren met elkaar verbindt. Op een röntgenschedelprofielfoto is dit de verbindingslijn tussen het midden van de verticale overbeet van de middelste snijtanden en de eerste grote kiezen.

Odontoom
Boventallige onderontwikkelde tandachtige structuur.

Offset
Verbuiging van een draad.

Oligodontie
Het niet aangelegd van diverse gebitselementen.

Omgekeerde headgear
Buitenbeugel die op het gezicht afsteunt. De beugel wordt ook wel face mask of Delaire genoemd. De Franse kaakchirurg professor Jean Delaire is de uitvinder van de beugel.

Omgekeerde sagittale overbeet
Situatie waarbij de ondertanden voor de boventanden dichtbijten.

Onderlipinterpositie
Onderlip bevindt zich in rust tussen de onder- boventanden. Wordt ook wel lipinterpositie genoemd.

Ontkalking
Beginstadium van een gaatje (cariës) in een gebitselement.

Opbeet
Beugel(gedeelte) waarop de ondertanden dichtbijten.

Open activator
Activator die aan de voorzijde helemaal open is. Het oorspronkelijke idee voor het ontwerp is afkomstig van de Duitse orthodontist Georg Klammt (1907-2003).

Open beet
Verticale afstand tussen onder- en bovengebitselementen bij dichtbijten.

Open-mondgedrag
De situatie waarbij de mond uit gewoonte wordt open gehouden zonder dat er door de mond wordt adem gehaald.

Open-mondhouding
Het in rust open houden van de mond.

Oprichten
Tandbeweging waarbij het gebitselement evenwijdig aan de kaakwal wordt gekipt.

Orofarynx
Mond-keelholte.

Orthodontie
Deelvakgebied van de tandheelkunde dat zich bezig houdt met het verbeteren van de stand van gebitselementen en kaken door middel van beugels. Wordt ook wel dentomaxillaire orthopedie (afgekort DMO) genoemd.

Orthodontie-assistent, orthodontist-assistent
Iemand die ondersteuning biedt aan de orthodontist bij de voorbereiding, uitvoering en afronding van behandelingen. De orthodontie-assistent voert bepaalde onderdelen van orthodontische behandelingen uit.

Orthodontische boog
Metalen draad die in de slotjes en buizen van een vastzittende beugel wordt bevestigd. Wordt ook wel boog genoemd.

Orthodontische diagnose
Beschrijving van de stand van het gebit en de kaken en andere in dit verband relevante bevindingen.

Orthodontisch implantaat
Klein metalen schroefje dat tijdelijk in de kaak wordt bevestigd en waaraan krachten kunnen worden ontleend voor het orthodontisch verplaatsen van gebitselementen en kaken. Andere termen hiervoor zijn: mini-implantaat of micro-implantaat.

Orthodontisch laboratorium
Tandtechnisch laboratorium gespecialiseerd in het maken van gebitsmodellen en beugels.

Orthodontist
Tandarts die een 4-jarige fulltime specialistenopleiding aan de universiteit of het academisch ziekenhuis heeft afgerond en in het BIG-register als orthodontist staat ingeschreven. Om in dit register ingeschreven te blijven moet een orthodontist zich iedere 5 jaar herregisteren (herregistratie).

Orthognathische chirurgie
Kaakchirurgische operatie (kaakosteotomie) om de stand van de kaken te verbeteren.

Orthopantomogram (OPG, OPT)
Overzichtsröntgenfoto van het gebit en de kaken. Wordt ook wel panoramische röntgenfoto genoemd.

Os
Mond en bot.

OSA(S)
Obstructief Slaap Apneu Syndroom of Obstructieve Slaap Apneu, een beperkte doorgankelijkheid van de bovenste luchtweg tijdens de slaap die wordt gekenmerkt door snurkgeluiden en tijdelijke adempauzes. OSAS kan tot een scala aan gezondheidsproblemen leiden, zoals ernstige vermoeidheid, hart- en vaatziekten en hoge bloeddruk. Voor de behandeling van OSAS worden tegenwoordig vaak beugels gebruikt (mandibulaire repositie-apparaten ofwel MRA's).

Os hyoideum
Tongbeen. Wordt vaak hyoïd genoemd.

Osteoblasten
Botaanmakende cellen.

Osteoclasten
Botafbrekende cellen.

Osteoïd
Eiwitmengsel dat door botaanmakende cellen (osteoblasten) wordt uitgescheiden. Het mengsel wordt na mineralisatie botweefsel.

Osteonecrose
Afsterven van botweefsel.

Osteosynthese
Verbinding tussen kaakgedeelten bij osteotomie met metalen schroeven of draden.

Osteotomie
Chirurgische operatie waarbij (een deel van) een kaak wordt verplaatst.

Overbeet
Voor-achterwaartse afstand tussen onder- en bovensnijtanden bij dichtbijten. Wordt ook wel sagittale overbeet of overjet genoemd.

Overbite
Verticale overlap van onder- en bovensnijtanden bij dichtbijten. Wordt ook wel verticale overbeet genoemd.

Overjet
Voor-achterwaartse afstand tussen onder- en bovensnijtanden bij dichtbijten. Ook wel overbeet of sagittale overbeet genoemd.

Palatal bar
Vastzittende metalen draad, ook wel transpalatal arch, TPA of (naar de Amerikaanse uitvinder ervan) Goshgarian genoemd. De draad loopt langs het gehemelte van de linker naar de rechter kies.

Palatinaal
Aan de gehemeltezijde.

Palatumbeet
Ondertanden bijten tegen het gehemelte aan.

Panoramische röntgenfoto
Overzichtsröntgenfoto van het gebit en de kaken. Wordt ook wel orthopantomogram (OPG of OPT) genoemd.

Papil
Tandvlees tussen twee aanliggende tanden of kiezen. Wordt ook wel interdentale papil genoemd.

Paranasaal botanker
Metalen staafje dat tijdelijk in het bot naast de neus wordt bevestigd en waaraan krachten kunnen worden ontleend voor het orthodontisch verplaatsen van gebitselementen en kaken.

PAR-index
Peer Assessment Rating (PAR) Index, een mede door de Engelse orthodontisten professor Richmond en professor Shaw ontwikkeld instrument om te meten in hoeverre de stand van het gebit na een orthodontische behandeling verbeterd is.

Parodontaal ligament
Wortelvlies. Wordt ook wel parodontale membraan of periodontale ligament genoemd.

Parodontale membraan
Wortelvlies. Wordt ook wel parodontaal ligament genoemd.

Parodontale spleet
Ruimte tussen wortel en tandkas. Wordt ook wel periodontale ligament genoemd.

Parodontitis
Ontstoken weefsels waarmee een gebitselement in de kaak vastzit.

Parodontium
De weefsels waarmee een gebitselement in de kaak vastzit.

Parodontoloog, tandarts-parodontoloog
Tandarts die zich bezighoudt met de diagnose en behandeling van ernstige aandoeningen van de weefsels waarmee gebitselementen in de kaak vastzitten (parodontium) en het plaatsen van implantaten.

Pendulum
Een vastzittende bovenbeugel waarmee de blijvende grote bovenkiezen zonder buitenbeugel naar achteren kunnen worden verplaatst. De beugel is uitgevonden door de Amerikaanse orthodontist James Hilgers.

Percussie
Bekloppen.

Pericoronitis
Ontsteking van weefsel om een gedeeltelijk doorgebroken gebitselement.

Periodontale spleet
Ruimte tussen wortel en tandkas. Wordt ook wel parodontale ligament genoemd.

PFE
Primary failure of eruption (PFE), de situatie waarbij een tand of kies tijdens de gebitsontwikkeling niet verder groeit.

Pierre Robin
Franse mondarts (1867-1950) die onder meer zich bezighield met de behandeling van patiënten met luchtwegaandoeningen samenhangend met een gespleten gehemelte (schisis). Behalve een gespleten gehemelte wordt het syndroom gekenmerkt door een kleine onderkaak en een achterin de keel liggende tong. Deze drie afwijkingen zorgen ervoor dat er levensbedreigende luchtwegbeperkingen kunnen optreden. De problemen manifesteren zich meestal vlak na de geboorte. In 1902 beschrijft Robin voor het eerst het gebruik van een rubberen beugel ('monobloc') voor het openhouden van de luchtweg van deze patiënten. Het syndroom van Pierre Robin of de sequentie van Pierre Robin (ook Robinsyndroom of -sequentie) is naar hem vernoemd. Zie ook: syndroom van (Pierre) Robin. Vanaf 1908 gaat de hoogleraar orthodontie in Oslo Viggo Andresen voor het eerst een dergelijke beugel gebruiken om de voorwaartse groei van de onderkaak en het ondergebit bij kinderen orthodontisch te stimuleren. Hij noemt deze beugel 'activator'. Zie ook: Andresen. Variaties van deze beugel worden tegenwoordig ook veel gebruikt bij patiënten met het Obstructief Slaap Apneu Syndroom (OSAS). De behandeling van OSAS met deze beugels is in 1987 door de Almelose orthodontist dr. Hayé Remmelink in Nederland geïntroduceerd.

Plaat
Uitneembare beugel voor onder- of bovengebit.

Plakbuis
Buis op een grote kies waarin de boog van een vastzittende beugel kan worden bevestigd. Een plakbuis buis zit op de kies geplakt en is niet op een band om de kies gelast.

Plaque
Zachte massa die zich bij onvoldoende mondhygiëne op het tandoppervlak vormt en hier gaatjes in veroorzaakt. Door plaque ontstaan ook ontstekingen van de weefsels waarmee gebitselementen in de kaak vastzitten. Plaque, ook wel tandplaque genoemd, is een voorbeeld van biofilm.

Plaque Index
Score van de hoeveelheid plaque op het gebit.

Plaqueverklikker
Tabletjes of vloeistof waarmee plaque gekleurd en zichtbaar gemaakt kan worden.

Plier
Instrument om orthodontische bogen te buigen. Tang.

Pocket
Vergrote ruimte tussen gebitselement en tandvlees.

Pocket status
Score van de diepte van pockets bij alle tanden en kiezen.

Poetstrauma
Beschadiging van gebitselement of tandvlees door een tandenborstel met te stugge haren, een zeer afslijtende tandpasta en/of het te hard poetsen met te grote poetsbewegingen.

Polijsten
Verwijderen van lijmresten op gebitselementen na het verwijderen van een vastzittende beugel met een polijstboortje.

Porion
Bovenkant van de uitwendige gehoorgang.

Positieve liptrap
Onderlip staat van opzij gezien ten opzichte van de bovenlip naar voren.

Positioner
Uitneembare beugel van flexibele kunststof die zowel het onder- als bovengebit omvat. De beugel wordt gebruikt om het eindresultaat van een behandeling zo goed mogelijk vast te houden. Met de beugel kunnen ook nog kleine verbeteringen in de stand van gebitselementen worden uitgevoerd. De beugel is door de Amerikaanse orthodontist Peter Kesling uitgevonden.

Posted boog
Boog bij vastzittende beugel met haakjes ter plaatse van de hoektanden.

Predispositie
Vatbaarheid, voorbeschiktheid of aanleg.

Prematuur verlies
Voortijdig verlies.

Premolaar
Kleine kies.

Premolaarband
Metalen ringetje om een kleine kies waarop een buis(je), bracket of attachment gelast kan worden.

Premolaarbreedte
Breedte van de kroon van een kleine kies gemeten in het verloop van de tandboog.

Prenataal consult
Consult door aankomende ouder(s) in verband met geconstateerde afwijking bij ongeboren kind, bijvoorbeeld in het geval van schisis (hazenlip).

Prescription
De oriëntatie van de slotopening van een straightwire bracket volgens een internationaal vooraanstaande orthodontist.

Preventieassistent
Een tandartsassistent die is opgeleid in het uitvoeren van preventieve handelingen en mondhygiëne.

Primaire crowding
Gedrongen stand van gebitselementen als gevolg van relatief grote gebitselementen en een kleine kaak.

Primary failure of eruption (PFE)
Primary failure of eruption (PFE), de situatie waarbij een nog niet doorgebroken tand of kies tijdens de gebitsontwikkeling niet verder groeit.

Primer
Vloeistof om een bracket bij het plakken mee voor te behandelen.

Processus alveolaris
Kaakwal.

Professor K.G. Bijlstra Stichting
Stichting, vernoemd naar de Groningse hoogleraar Klaas G. Bijlstra (1905-1985), die wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en voorlichting op het gebied  van de orthodontie ten behoeve van de specialistenopleiding van het UMCG bevordert.

Progenie
Naar voren staande kin. De term 'progenie' wordt meestal ook gebruikt om een naar voren staande onderkaak (mandibulaire prognathie) mee aan te duiden.

Prognathie
Naar voren staande kaak.

Propositie
Voortanden staan naar voren.

Protrale dwangbeet
Dwangbeet waarbij de onderkaak naar voren afglijdt.

Pulpa
Binnenste gedeelte van een gebitselement, waarin zich een vaatzenuwstreng bevindt.

Quad helix
Veerkrachtige staaldraad met diverse windingen. De draad ligt tegen de binnenzijde van het bovengebit aan en is via banden aan de linker en rechter bovenkiezen bevestigd.

Raderen
Verwijderen van gips van een gebitsmodel.

Radiolucentie
Donker gebied op een röntgenfoto.

Radio-opaciteit
Licht gebied op een röntgenfoto.

Radio-osteonecrose
Afsterven van botweefsel ten gevolge van bestraling.

Radix
Het gedeelte van een gebitselement dat zich in de kaak bevindt. Wordt ook wortel genoemd.

Ragertje
Klein borsteltje om het gebit en tandvlees achter de boog van een vastzittende beugel schoon te kunnen maken. Kan ook gebruikt worden om de ruimte tussen gebitselementen of onder een brug te reinigen. Ragertjes worden ook wel interdentale borsteltjes genoemd.

Recessie
Teruggetrokken tandvlees. Wordt ook wel gingivarecessie genoemd.

Recidief
Terugkeer van een orthodontisch gecorrigeerd gebit naar de oorspronkelijke stand. Wordt ook wel relaps genoemd.

Reciproke kracht
Een reactiekracht die gelijk in grootte en tegengesteld in richting als de op een gebitselement of gebitselementen uitgeoefende kracht is.

Regionale orthodontistenvereniging
Regionale vereniging van orthodontisten die zich tijdens bijeenkomsten bezighouden met het vergaren, verspreiden en onderling uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van de orthodontie. Tevens worden regionale ontwikkelingen op het orthodontische vlak doorgenomen en vinden contacten met andere organisaties en zorgverleners plaats.

Registratie
Inschrijving in het BIG-register als orthodontist na afronding een 4-jarige fulltime specialistenopleiding aan de universiteit of academisch ziekenhuis. De registratie heeft een geldigheidsduur van 5 jaar. Hierna dient herregistratie plaats te vinden om als orthodontist in het BIG-register ingeschreven te blijven.

Reguleren
Het verbeteren van de stand van het gebit met beugels.

Relaps
Terugkeer van een orthodontisch gecorrigeerd gebit naar de oorspronkelijke stand. Wordt ook wel recidief genoemd.

Relatie
Onderlinge verhouding tussen de onder- en bovenkaak. Wordt ook wel kaakrelatie genoemd.

Restauratie
Vulling.

Retainer
Vastzittende of uitneembare beugel voor het zo goed mogelijk behouden van het eindresultaat na een behandeling.

Retentie
Het zo goed mogelijk met spalkjes of uitneembare beugels behouden van het eindresultaat van een behandeling.

Retentiespalk
Metalen draad die na afloop van een orthodontische behandeling achter de voortanden kan worden geplaatst om het gebit na afloop zo goed mogelijk in de rij te houden. De retentiespalk werd in 1977 door de Noorse orthodontist professor Björn Zachrisson geïntroduceerd en wordt ook wel spalk(je) genoemd. Andere benamingen zijn: C-C-bar of C-C-retainer.

Retrognathie
Naar achteren staande kaak.

Retropositie
Gebitselementen staan naar achteren.

Richtlijn
Een door de beroepsgroep opgesteld document met aanbevelingen waaraan zorgverleners moeten voldoen. Zorgverleners kunnen in individuele gevallen beargumenteerd van een richtlijn afwijken.

Ricketts
Professor Robert M. Ricketts (1920–2003) was een Amerikaanse orthodontist die een veelgebruikte modificatie van de straightwire bracket van Andrews en een hieraan gerelateerde behandelingstechniek (bioprogressive therapy) heeft geïntroduceerd.

Roestvrij staal
Metaallegering met stugge eigenschappen waar vaak vastzittende orthodontische beugels van zijn gemaakt. In de orthodontie bestaat de legering meestal uit 18% chroom en 8% nikkel. Met behulp van de roestvrij stalen bogen van een vastzittende beugel kunnen de tanden en kiezen heel nauwkeurig verplaatst worden. Roestvrij stalen bogen worden meestal tijdens de latere fasen van een behandeling gebruikt. De metalen draaddelen van uitneembare beugels zijn ook van roestvrij staal.

Roncone
Amerikaanse orthodontist die een veelgebruikte modificatie van de straightwire bracket van Andrews en een hieraan gerelateerde behandelingstechniek heeft geïntroduceerd.

Röntgen
Duitse natuurkundige professor dr. Wilhelm Conrad Röntgen (1845-1923) die in 1895 de x-stralen (röntgenstralen) ontdekte en daarvoor de eerste Nobelprijs ontving. In de orthodontie worden deze meestal gebruikt voor het maken van overzichtsröntgenfoto's van het gebit en röntgenfoto's van het profiel van het gezicht, (resp. panoramische en laterale schedelröntgenfoto's).

Röntgenschedelprofielfoto (RSP)
Röntgenfoto van het profiel van het gezicht, ook wel laterale schedelröntgenfoto (LS) genoemd.

Root planing
Het glad maken van de wortels van gebitselementen met tandheelkundige instrumenten.

Rotatie centrum
Punt waar een gebitselement tijdens een tandverplaatsing om draait.

Rotating spring
Klein veertje dat bij een vastzittende beugel wordt gebruikt om een gedraaid gebitselement te roteren. Wordt ook wel rotatieveertje genoemd.

Roteren
Draaien van een gebitselement om de lengte-as.

Roth
Amerikaanse orthodontist die een veelgebruikte modificatie van de straightwire bracket van Andrews en een hieraan gerelateerde behandelingstechniek heeft geïntroduceerd.

Sagittaal
Van voor naar achter.

Sagittale overbeet
Voor-achterwaartse afstand tussen onder- en bovensnijtanden bij dichtbijten. Ook wel overbeet of overjet genoemd.

SARME
Surgically Assisted Rapid Maxillary Expansion. Hierbij wordt de bovenkaak ten behoeve van sutuurexpansie door middel van het aanbrengen van zaagsnedes verzwakt.

Scaler
Instrument om tandsteen te verwijderen.

Schaarbeet
Situatie waarbij kiezen van het onder- en bovengebit niet op elkaar, maar langs elkaar bijten.

Schisis
Hazenlip.

Schisisteam
Een werkgroep bestaande uit medewerkers van diverse zorgdisciplines die zich bezighouden met de diagnostiek en behandeling van schisis (hazenlip).

Schroef
Onderdeel van een beugel om gebitselementen te verplaatsen.

Schwarz
Professor dr. A. Martin Schwarz (1887-1963) was een Oostenrijkse orthodontist die diverse wereldwijd veelgebruikte uitneembare beugels (platen) heeft geïntroduceerd.

Seating lug
Klein metalen plaatje dat op een band wordt gelast om de band makkelijker te kunnen verwijderen.

Secondary failure of erupion, secundaire retentie
De situatie waarbij een doorgebroken tand of kies tijdens de gebitsontwikkeling niet meer verder naar het kauwvlak beweegt en ten dele of volledig door het aangrenzende kaakbot en tandvlees wordt overgroeid.

Second opinion
Tweede mening van een andere zorgverlener.

Sectional
Deelboog bij vastzittende beugel.

Secundaire crowding
Gedrongen stand van gebitselementen als gevolg van opschuivingen van grote en kleine kiezen tijdens de wisseling.

Separatie
Het met elastiekjes (separatie-elastiekjes), kleine veertjes of ligaturen uit elkaar duwen van kiezen, om het mogelijk te maken dat hier banden om kunnen worden geplaatst.

Separeren
Het met elastiekjes (separatie-elastiekjes), kleine veertjes of ligaturen uit elkaar duwen van kiezen, om het mogelijk te maken dat hier banden om kunnen worden geplaatst.

Sequester
Dood stukje bot.

Set-up
Nabootsing van het eindresultaat met gebitsmodellen waarvan gebitselementen zijn losgemaakt. Wordt ook wel diagnostische set-up genoemd.

Sheat
Klein doosvormig buisje dat op een kies wordt bevestigd om er een omgebogen staaldraad in te kunnen doen.

Shovel-shaped incisief
Snijtand met aan beide kanten dikke randen aan de achterzijde.

Sigmatismus
Slissen.

Skeletleeftijd
De leeftijd die wordt bepaald door de verbening van de handbotjes.

Skelettale verankering
Orthodontische verankering met metalen implantaat dat tijdelijk in de kaak wordt bevestigd en waaraan krachten kunnen worden ontleend voor het orthodontisch verplaatsen van gebitselementen en kaken. Wordt ook wel botverankering genoemd.

Slicen
Ruimte maken voor het in de rij zetten van het gebit. Hierbij worden gebitselementen door middel van slijpen of schuren iets smaller gemaakt. De procedure wordt ook wel interproximale reductie of strippen genoemd.

Sliding jig
Metalen draad die om de boog van een vastzittende beugel kan worden geschoven met een haakje waaraan elastiek kan worden vastgemaakt.

SNA
Meetwaarde op een röntgenfoto van het profiel van het gezicht (laterale schedelröntgenfoto) die de voor-achterwaartse positie van de bovenkaak aangeeft.

SNAP-retainer
Een dun, doorzichtig plastic hoesje (dieptrekplaat) die precies over het onder- en/of bovengebit past en die het eindresultaat van een orthodontische behandeling zo goed mogelijk vasthoudt.

SNB
Meetwaarde op een röntgenfoto van het profiel van het gezicht (laterale schedelröntgenfoto) die de voor-achterwaartse positie van de onderkaak aangeeft.

Sonde
Tandheelkundig instrument met een haakje.

Space maintainer
Beugel om ruimte in het gebit open te houden.

Spacing
Ruimte-overschot voor gebitselementen.

Spalk(je)
Metalen draad die na afloop van een orthodontische behandeling achter de voortanden kan worden geplaatst om het gebit na afloop zo goed mogelijk in de rij te houden. Het werd in 1977 door de Noorse orthodontist Zachrisson geïntroduceerd en wordt ook wel retentiespalk genoemd. Andere benamingen zijn: C-C-bar of C-C-retainer.

Spin
Vastzittende beugel met een schroef waarmee in korte tijd het bovengebit kan worden verbreed door het openen van de schedelnaad (sutuur) in de bovenkaak. De officiële naam voor de beugel is sutuurexpansie-apparaat of Hyrax.

Staalligatuur
Dun staaldraadje.

Steiner
De Amerikaanse orthodontist Cecil C. Steiner (1896-1989) introduceerde in 1953 de Steiner-analyse, wereldwijd een van de bekendste cefalometrische analyses.

Stop
Klein metalen klemmetje dat bij een vastzittende beugel met een tang om een boog kan worden vastgeknepen.

Straight-wire beugel
Veelgebruikte vastzittende beugel die in 1972 door de Amerikaanse orthodontist Andrews is geïntroduceerd. De beugel is een modificatie van de edgewise beugel.

Strippen
Ruimte maken voor het in de rij zetten van het gebit. Hierbij worden gebitselementen door middel van slijpen of schuren iets smaller gemaakt. De procedure wordt ook wel interproximale reductie of slicen genoemd.

Studieclub
Club van orthodontisten die zich tijdens bijeenkomsten bezig houden met het vergaren, verspreiden en onderling uitwisselen van kennis en ervaring op het gebied van orthodontie.

Subgingivaal
Onder de rand van het tandvlees.

Submerging
Gestagneerde eruptie (uitgroei) van melkkiezen tijdens de gebitsontwikkeling.

Sulcus
Smalle ruimte tussen gebitselement en tandvlees.

Sunday bite
Een gewoonte waarbij de onderkaak verder naar voren wordt dichtgebeten.

Supragingivaal
Langs de rand van het tandvlees.

Suprapositie
Positie van een gebitselement waarbij het te ver uitgegroeid is.

Sutuur
Schedelnaad.

Sutuurexpansie
Het verbreden van het bovengebit door de schedelnaad (sutuur) in de bovenkaak met behulp van een vastzittende beugel met een schroef (Hyrax, spin of sutuurexpansie-apparaat) in korte tijd te openen.

Syndroom van Apert
Gestoorde ontwikkeling van schedelbeenderen, vingers en tenen, resulterend in een terugliggend middengezicht en vaak samengegroeide vingers en tenen. De erfelijke aandoening wordt ook wel acrocefalosyndactylie genoemd.

Syndroom van Beckwith-Wiedemann
Het syndroom van Beckwith-Wiedemann is een erfelijke aandoening. De drie meest voorkomende kenmerken van het syndroom zijn: navelbreuk, grote tong en reuzengroei.

Syndroom van Crouzon
Gestoorde ontwikkeling van schedelbeenderen als gevolg van vroegtijdige verbening van schedelnaden. De erfelijke aandoening wordt ook wel dysostosis craniofacialis genoemd.

Syndroom van Ehlers-Danlos (EDS)
Het syndroom van Ehlers-Danlos (EDS) is een erfelijke aandoening met als belangrijkste kenmerk een stoornis in de aanleg van bindweefsel. Hierdoor kan het bindweefsel van gewrichten en tandwortelvlies verzwakt zijn.

Syndroom van Marfan
Het syndroom van Marfan is een erfelijke aandoening die wordt veroorzaakt door een stoornis in de aanleg van bindweefsel. Hierdoor kunnen er afwijkingen aan hart, bloedvaten, ogen en skelet optreden.

Syndroom van Marie Sainton
Gestoorde ontwikkeling van schedel- sleutelbeenderen. De aangeboren afwijking ook wel dysostosis cleidocranialis genoemd.

Syndroom van Noonan
Het syndroom van Noonan is een erfelijke aandoening. De belangrijkste kenmerken van het syndroom zijn hartaandoening, kort gestalte en bepaalde kenmerkende gelaatstrekken, zoals ver uiteenstaande ogen en een platte neusbrug. Ook kunnen tanden en kiezen laat en in een verkeerde volgorde doorkomen en zijn er vaak gebitsafwijkingen (malocclusies) aanwezig.

Syndroom van Peters-Hövels
Gestoorde ontwikkeling van jukboog en bovenkaak met terugliggend middengezicht. De erfelijke aandoening wordt ook wel dysostosis maxillofacialis genoemd.

Syndroom van (Pierre) Robin
Gestoorde ontwikkeling van onder- en bovenkaak met terugliggende onderkaak, gehemeltespleet en vernauwde bovenste luchtweg. De aangeboren afwijking wordt tegenwoordig meestal (Pierre) Robin sequentie genoemd. Zie ook: Pierre Robin.

Syndroom van Shprintzen
Het syndroom van Shprintzen of velo-cardio-faciaal syndroom (VCFS) is een aangeboren aandoening die wordt gekenmerkt door een slecht functionerend zacht gehemelte (velum), hartproblemen, en een hoofd dat gekenmerkt wordt door laag ingeplante en afstaande oren, een smalle ooglidspleet, een kleine terugwijkende kin en open-mondhouding.

Syndroom van Sjögren
Het syndroom van Sjögren is een reumatische auto-immuumziekte waarbij vochtafscheidende klieren ontstoken raken en onder meer de slijmvliezen in de mond en de ogen uitdrogen.

Syndroom van Teacher Collins
Gestoorde ontwikkeling van aangezichtsbeenderen, in het bijzonder van de onderkaak. Wordt ook wel aangeduid met de term vogelgezicht. De aangeboren gelaatsaandoening wordt tevens vaak gekenmerkt door laag staande buitenste ooghoeken, een open gehemelte (schisis) en onderontwikkelde oorschelpen. De aandoening wordt ook wel dysostosis mandibulofacialis genoemd.

Tandarts
Iemand die een universitaire opleiding in de tandheelkunde heeft afgerond en die als tandarts in het BIG-register staat ingeschreven.

Tandbeen
Weefsellaag onder het glazuur en cement van een gebitselement. Wordt ook wel dentine genoemd.

Tandboog
Gebitsboog.

Tandenstoker
Klein stokje van zacht hout om de ruimte tussen gebitselementen te reinigen.

Tandfilm
Röntgenfoto van een paar gebitselementen. Wordt ook wel intra-orale röntgenfoto genoemd.

Tandkas
Alveole of alveolus.

Tandkiem
Gebitselement in beginstadium.

Tandlijst
Eerste aanleg van de gebitselementen in de zesde week na de conceptie.

Tandplaque
Zachte massa die zich bij onvoldoende mondhygiëne op het tandoppervlak vormt en hier gaatjes in veroorzaakt. Door plaque ontstaan ook ontstekingen van de weefsels waarmee gebitselementen in de kaak vastzitten. Tandplaque, ook wel plaque genoemd, is een voorbeeld van biofilm.

Tandsteen
Verkalkte plaque.

Tandtechnicus
Iemand die is opgeleid voor het maken van tandheelkundige werkstukken.

Tandzijde
Dental floss om de ruimte tussen gebitselementen te reinigen. Wordt ook wel floss genoemd.

Tang
Instrument voor het bijstellen van een beugel. Wordt ook wel plier (Eng.) genoemd.

T-appliance
Modificatie van de activator ontwikkeld door de Nederlandse orthodontist Kooiman.

Telescoopbeet
Dubbelzijdige volledige binnen- of buitenbeet.

Temporomandibulair gewricht (TMG)
Kaakgewricht.

Temporomandibulaire dysfunctie (TMD)
Kaakgewrichtklachten.

Tertiaire crowding
Gedrongen stand van gebitselementen op latere leeftijd ontstaan na de volledige doorbraak van het blijvende gebit.

Teuscher activator
Activator met buitenbeugel, ontwikkeld door de Zwitserse orthodontist dr. Ullrich Teuscher.

Thermodesinfector
Medische vaatwasser voor het reinigen en desinfecteren van tandheelkundige instrumenten.

Tip-Edge
De Tip-Edge bracket combineert eigenschappen van de vastzittende bracket van Begg (lightwire) en de straightwire bracket van Andrews. De bracket is door Richard Parkhouse, een orthodontist uit Wales, internationaal in het vakgebied onder de aandacht gebracht.

TMA
Orthodontische bogen met een legering van TMA (Titanium Molybdenum Alloy). Deze worden vaak tijdens de latere stadia van behandelingen met vastzittende beugels gebruikt. De bogen hebben zowel elastische als permanent vervormbare materiaaleigenschappen. TMA wordt ook wel beta-titanium genoemd.

TMG
Temporomandibulair gewricht ofwel kaakgewricht

Tongbeen
Hyoïd. Wordt officieel os hyoideum genoemd.

Tonginterdentaliteit
Situatie waarbij de tong bij slikken, praten of in rust tussen de tanden wordt gehouden.

Tongpersen
Wijze van slikken waarbij de tong tussen de tanden wordt geperst. Wordt ook wel infantiel slikken genoemd.

Tongriempje
Frenulum linguae.

Tonsil
Keelamandel.

Tooth size discrepancy (TSD)
Situatie waarbij onder- en bovengebitselementen ten opzichte van elkaar relatief te groot of te klein zijn.

Torque
Tandbeweging waarbij de wortel loodrecht ten opzichte van de kaakwal wordt bewogen.

Torque veer
Klein veertje dat bij een vastzittende beugel wordt gebruikt om de wortel van een gebitselement loodrecht ten opzichte van de kaakwal te bewegen.

Torquing loop, torquing spur
Lusje in boog of deelboog om de wortel van een gebitselement loodrecht ten opzichte van de kaakwal te bewegen.

Torquing key
Sleutel om het deel van een boog bij een vastzittende beugel ter plaatse van een bracket te draaien.

Tracing
Een tekening van structuren op een röntgenfoto van het profiel van het gezicht (laterale schedelröntgenfoto) met meetpunten voor het analyseren van de stand van de gebitselementen en de kaken. Deze tekening wordt gebruikt voor metingen bij een cefalometrische analyse.

Transpalatal arch (TPA)
Vastzittende metalen draad, ook wel palatal bar of (naar de Amerikaanse uitvinder ervan) Goshgarian genoemd. De draad loopt langs het gehemelte van de linker naar de rechter kies.

Transpositie
Situatie waarbij twee gebitselementen hun plaats in de gebitsboog hebben omgewisseld.

Transseptale vezels
Bindweefselvezels die tussen de wortels van twee aangrenzende gebitselementen lopen.

Transversaal
In dwarse richting.

Trauma
Letsel.

Tray
Serveerblad. Wordt ook wel instrumententray genoemd.

Trifurcatie
Splitsing van drie wortels van een gebitselement.

Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
Een Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (RTG) beoordeelt op grond van een klaagschrift of een zorgverlener een fout heeft gemaakt. Tegen beslissingen van een Regionaal Tuchtcollege kan bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) in hoger beroep worden gegaan. Dit college is de hoogste rechter in Nederland op dit terrein.

Tweed
De Amerikaanse orthodontist Charles H. Tweed (1895-1970) was een van de grondleggers van moderne behandeltechnieken met vastzittende beugels.

Tweede wisselfase
Periode in de gebitsontwikkeling waarin de tweede grote blijvende kiezen doorbreken en de hoektanden en kleine kiezen wisselen. De tweede wisselfase begint gemiddeld op een leeftijd van 10 jaar en duurt zo'n 1 tot 1,5 jaar.

Twin arch apparatuur
Oude vastzittende vastzittende beugel die in 1931 door de Amerikaanse orthodontist J. Johnson is geïntroduceerd.

Twin block beugel
Beugel die bestaat uit uitneembare onder- en bovenplaten die met in elkaar passende kunstharsdelen de onderkaak naar voren houden.

Twistflex
Een uit meerdere in elkaar gevlochten kleine draadjes samengestelde metalen draad.

U-Bügel-Aktivator
Modificatie van de activator van Andresen volgens de Duitse orthodontist professor dr. Rudolf Karwetzky.

Ugly duckling
Tijdelijke fase tijdens de gebitsontwikkeling waarbij boventanden naar voren gekipt staan en er spleten tussen de tanden zitten.

Uitgebreid orthodontisch onderzoek
Onderzoek met analyse van gebitsmodellen, röntgenfoto's en foto's.

Uitneembare retentie
Uitneembare beugel om het eindresultaat van een orthodontische behandeling zo goed mogelijk te behouden.

Ultrasone apparatuur
Apparatuur voor reiniging door middel van ultrasone trillingen. Bijvoorbeeld voor de verwijdering van tandsteen of het schoonmaken van tandheelkundige instrumenten.

Unit
Combinatie van elektrische en luchtgestuurde apparatuur voor tandheelkundige behandelingen.

Uniteraal
Enkel- of eenzijdig.

Uprighting spring
Klein veertje dat bij een vastzittende beugel wordt gebruikt om een gebitselement op te richten.

Utility arch
Boog bij een vastzittende beugel die niet aan de kleine kiezen vastzit.

Vulling
Restauratie.

Van Beek activator
Activator met buitenbeugel, ontwikkeld door de Zeeuwse orthodontist dr. Herman van Beek.

Van der Linden retainer
Uitneembare beugel, volgens een ontwerp van de Nijmeegse orthodontist professor dr. Frans van der Linden, om het eindresultaat van een orthodontische behandeling zo goed mogelijk te behouden.

Van Loon
Dr. J.A.W. van Loon (1876-1940) was een wereldberoemde lector in de anatomie en orthodontie in Utrecht. In 1914 introduceerde hij een apparaat om de positie van het gebit in het hoofd vast te leggen (craniofoor of cubus craniophorus). De hedendaagse cefalostaat die bij het maken van röntgenfoto's van het hoofd wordt gebruikt is hier op gebaseerd.

Veer
Metalen onderdeel van een beugel voor het verplaatsen van gebitselementen.

Velo-cardio-faciaal syndroom (VCFS)
Het velo-cardio-faciaal syndroom (VCFS) of syndroom van Shprintzen is een aangeboren aandoening die wordt gekenmerkt door een slecht functionerend zacht gehemelte (velum), hartproblemen, en een hoofd dat gekenmerkt wordt door laag ingeplante en afstaande oren, een smalle ooglidspleet, een kleine terugwijkende kin en open-mondhouding.

Ventraal
Aan of naar de buikzijde.

Verankering
Structuren waaraan de krachten worden ontleend voor het orthodontisch verplaatsen van gebitselementen en kaken.

Verticaal groeipatroon
Groeirichting van de onderkaak naar achteren en naar beneden. Tevens is de groeirichting van de bovenkaak ook bovenmatig naar beneden gericht.

Verticaal slot
Bracket met een verticaal georiënteerde opening.

Verticale drift
Van nature optredende naar het kauwvlak gerichte verplaatsing van gebitselementen.

Verticale overbeet
Verticale overlap van onder- en bovensnijtanden bij dichtbijten. Wordt ook wel overbite genoemd.

Vezels van Sharpey
Bindweefselvezels die tussen de tandwortel en het bot van de tandkas lopen.

Visitatie
Onderdeel van het verplichte kwaliteitsprogramma van orthodontisten, waarbij de praktijk van een orthodontist een keer in de 5 jaar door een groep collega's wordt bezocht. Tijdens een visitatie wordt de kwaliteit van behandelingsprocedures beoordeeld. Gekeken wordt naar de mate van tevredenheid van patiënten, de kwaliteit van behandelingen, het oordeel van verwijzende tandartsen en kaakchirurgen. Tevens worden lopende behandelingen van patiënten ter plekke geëvalueerd. Visitatie wordt ook vaak klinische visitatie genoemd.

Vogelgezicht
Gestoorde ontwikkeling van aangezichtsbeenderen, in het bijzonder van de onderkaak. De officiële medische term luidt dysostosis mandibulofacialis. Ook bij vergroeiing (ankylose) van beide kaakgewrichten ontstaat tijdens de groei vaak een vogelgezicht met een ernstige onderontwikkeling van de onderkaak.

Voor-achterwaartse schedelröntgenfoto
Röntgenfoto van het vooraanzicht van het gezicht genoemd.

Vrije gingiva
Dun randje van het tandvlees dat niet met vezels aan de wortel van een gebitselement vastgehecht is.

Vrijleggen
Kleine kaakchirurgische ingreep waarbij bot om de kroon van een gebitselement die niet wil doorbreken wordt verwijderd. Vaak wordt er hierbij door de kaakchirurg een slotje met een metalen draadje of kettinkje op de kroon van het gebitselement geplakt.

Wanghaak
Hulpmiddel voor het weghouden van de wangen en lippen bij het maken van foto's van het gebit.

Was
Zachte was dat om uitstekende of scherpe delen van een vastzittende beugel kan worden geduwd om irritaties tegen te gaan. Wordt ook wel 'wax' genoemd. Modelleerwas die orthodontisten gebruiken voor het maken van was- en constructiebeten wordt ook vaak was genoemd. 

Wasbeet
Een ingebeten strook modelleerwas waarmee de onder- en bovengebitsmodellen ten opzichte van elkaar georiënteerd kunnen worden.

Wasmes
Tandtechnisch instrument om modelleerwas mee te kunnen snijden en bewerken.

Wattenrol
Rol van geperste watten om werkgebied in de mond droog te houden.

Weerstandscentrum
Het punt van een gebitselement waar de kracht doorheen moet gaan om een tandverplaatsing te verkrijgen zodat er geen kipping optreedt. Het gebitselement zal in dat geval evenwijdig aan zichzelf ('bodily') verplaatsen.

Weingart tang
Tang voor het plaatsen en verwijderen van een boog bij een vastzittende beugel.

WFO
World Federation of Orthodontists, federatie van nationale orthodontisten organisaties; voor Nederland is lid de Nederlandse Vereniging van Orthodontisten (NVvO).

Wilckodontics
Chirurgisch orthodontische behandeling waarbij er gaten of zaagsnedes in de buitenste botlaag van de kaakwal worden aangebracht om de snelheid van tandverplaatsingen te bevorderen en daarmee de behandelduur te verkorten. De procedure is geïntroduceerd door de twee Amerikaanse broers William en Thomas Wilcko, resp. orthodontist en parodontoloog.

Wings
Kleine uitsteeksels van een bracket waar elastiekjes (modules) om kunnen worden bevestigd, waarmee de boog van een vastzittende beugel kan worden vastgezet.

WIP
Werkgroep Infectiepreventie (WIP), die richtlijnen voor hygiënisch werken en infectiepreventie voor mondzorgverleners heeft opgesteld.

Wisselfasen
Fasen waarin de wisseling van het gebit plaatsvindt. Er zijn 3 wisselfasen: de eerste wisselfase, de intertransitionele of rustfase en de tweede wisselfase. De wisselfasen beginnen meestal rond 6 jaar en eindigen omstreeks 12 jarige leeftijd. Tijdens de eerste wisselfase wisselen de melksnijtanden en breken de eerste grote blijvende kiezen door. De intertransitionele fase is de rustfase tussen de eerste en tweede wisselfase. Dan wisselt er niets. De tweede wisselfase is de periode waarin de melkkiezen en melkhoektanden wisselen en de tweede grote blijvende kiezen doorbreken.

Wisselgebit
Gebit met melk- en blijvende gebitselementen.

Witte slotjes
Slotjes gemaakt van een soort glas (keramiek). Ze worden ook wel keramische slotjes genoemd.

Wortel
Het gedeelte van een gebitselement dat zich in de kaak bevindt. Wordt ook radix genoemd.

Wortelpunt
Apex.

Wortelresorptie
Het oplossen van delen van de wortel van een gebitselement.

Wortelvlies
Parodontaal ligament. Wordt ook wel parodontale membraan genoemd.

WTG
Wet Tarieven Gezondheidszorg, waarin de totstandkoming van de tarieven in de gezondheidszorg wordt geregeld.

Zelfligerende bracket
Slotje waarbij geen elastiekje maar een klein ingebouwd schuifje of klepje wordt gebruikt voor het vastzetten van een boog in een bracket.

Zijdelings delen
Het gedeelte van het gebit waar zich de kleine en grote kiezen (resp. premolaren en molaren) bevinden.

Zygoma-anker
Metalen staafje (botanker) dat tijdelijk in het jukbeen (zygoma) wordt bevestigd en waaraan krachten kunnen worden ontleend voor het orthodontisch verplaatsen van gebitselementen en kaken. Het type implantaat wordt bollard genoemd. Het is ontwikkeld door de Brusselse orthodontist dr. Hugo de Clerck.