Na de beugelbehandeling worden er meestal beugels gebruikt om het gebit na afloop zo goed mogelijk in de rij te houden. Er zijn in hoofdzaak 2 soorten beugels waarmee dat kan worden gedaan: metalen draadjes die achter de tanden worden vastgelijmd (officieel heten ze spalkjes) of uitneembare afbouwbeugels (ook wel onzichtbare, uitneembare retentiebeugels of nachtbeugels genoemd). De orthodontist bekijkt bij iedere patiënt aan het eind van de behandeling welke type beugel het meest geschikt is om de tanden zo goed mogelijk recht te houden. Beide beugels hebben hun voor- en nadelen:

Draadjes kunnen niet altijd achter de tanden worden geplaatst. Soms is er bij dichtbijten te weinig ruimte voor. Dan bijt je op het spalkje en is de kans groot dat deze losraakt. Ook kunnen draadjes bij ontstoken tandvlees niet goed worden vastgezet, wanneer de tanden bij het vastplakken niet goed droog gehouden kunnen worden. Daar is doorgaans sprake van als het tandvlees ontstoken is. In dat geval gaat het tandvlees bij het plaatsen van het draadje bloeden, waardoor de lijm niet goed hecht en het draadje niet goed vast blijft zitten. Vaak gaan tanden daarna weer scheef staan. Ook indien er ontkalkingen, gaatjes, grote vullingen of kronen ter plaatse van de voortanden aanwezig zijn, is het vaak niet goed mogelijk om een draadje te plaatsen. Bovendien kan bij tandenknarsen plaatsing van een draadje minder geschikt zijn, omdat het als gevolg van de grote krachten die hierbij optreden los kan raken. Met een spalkje moet je ook geen harde dingen met je voortanden afbijten, omdat de lijm waarmee het is vastgezet kan losraken. Daarnaast kan het draadje dan verbuigen, waardoor tanden scheef kunnen gaan staan. Een overzicht van problemen die zich met spalkjes kunnen voordoen vind je hier.

Een groot voordeel van uitneembare afbouwbeugels is dat ze tijdens het tandenpoetsen uit de mond kunnen worden gehaald, waardoor het gebit in vergelijking met draadjes achter de tanden gemakkelijker kan worden schoongehouden. Uitneembare afbouwbeugels kunnen ook bij een minder goede mondhygiëne en bij tandenknarsen worden gebruikt. Het grootste probleem met uitneembare afbouwbeugels doet zich voor in het geval deze door de patiënt onvoldoende gedragen worden. Tanden kunnen dan weer schever gaan staan. De beugel past dan ook niet goed meer.

Draadjes en afbouwbeugels hebben dus allebei hun voor- en nadelen en op grond van ervaring kan iedere orthodontist zijn eigen voorkeur voor draadjes of afbouwbeugels hebben. Tegenwoordig worden draadjes ook wel in combinatie met uitneembare afbouwbeugels voor 's nachts gebruikt (nachtbeugels), meestal alleen voor het recht houden van het bovengebit.